Posts tonen met het label voldoening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voldoening. Alle posts tonen

9 maart 2013

Bedroefdheid

Ik was de afgelopen maanden niet ongelukkig omdat ik al zo lang buiten de kerk sta. Ik was ongelukkig omdat mij van verschillende kanten werd ontzegd mijzelf te zijn. Op mijn werk werd ik een bijhangsel. Mensen om mij heen foeterde geërgerd dat ik iemand anders moest worden. Dat ik niet mij kon blijven. Uit overlevingsinstinct veranderde ik en ik schreef ook niet meer. Maar nu de rust is weergekeerd (en voor hoe lang?), komt onherroepelijk mijn eigen persoonlijheid weer boven. Onuitroeibaar. Men duwt en peutert, maar ik kan enkel blijven die ik ben.

8 maart 2013

Schrijfliefde

Ik zou willen dat ik minutenlang aan één stuk door kon schrijven. Tot mijn hoofd leeg was. Maar er komt steeds weer bij

3 maart 2013

Vastenavond

Ik voelde me weer terug in een groep geplaatst met mijn gebed. Er zijn voor een ander. Kerkelijke rituelen. Ik had nog steeds niet die Joodse kerel in mijn hoofd of een God die een appel doet op ons. Ik had en heb nog steeds dezelfde, daoïstische, religieuze ideeën. Ik zoek alleen een gedragsnorm. Een rustpunt. Vertrouwen. Het is steeds weg.

25 februari 2013

Huston Smith's omschrijving van het daoïsme

Ik zou willen kunnen omschrijven wat het betekende om te lezen dat alles wat ik voor waar houd al vervat was in een eeuwenoude en mij toch tot dan toe onbekende filosofie, maar ik kan er geen treffende woorden voor vinden.

18 augustus 2012

Decadentie

Met ons noodlot van streven komt ons noodlot van nooit echt content zijn. Op het moment dat ik hersenloos werk doe, vind ik het zonde van mijn intelligentie. Op momenten dat ik werk doe waar ik mijn hersens bij moet gebruiken, zou ik willen dat ik minder verantwoordelijkheid had zodat ik ook minder hard kon vallen. Ik zou met rust gelaten willen worden, maar tegelijkertijd wil ik dat mensen mij erkennen. Ik zou succes willen hebben, maar tegelijkertijd wil ik de voorgrond niet. Ik zou een beroep willen hebben met aanzien, maar er zijn altijd mensen die neerkijken op andermans broodwinning. Ik zou werk willen hebben met veel vakantie en tegelijkertijd zou ik me willen verliezen in dat waar ik echt heel goed in ben. Ik zou nu eigenlijk wel eens willen weten wat ik ga worden als ik later groot ben.

Laatst las ik een boek - en kon ik maar professioneel boekenlezer worden want daar ben ik heel goed in - waarin mijn opa werd geïnterviewd over zijn loopbaan. Het ging over hard werken, niets cadeau krijgen, niet kunnen kiezen en welk geluk hij heeft ervaren. Waarschijnlijk zullen de meeste senioren zo kunnen praten. Het is niet leuk als je niet kunt kiezen. Mijn opa heeft ongetwijfeld net als ik werk moeten doen dat hij niet leuk vond, maar zo lagen de zaken. Je had geen escape. Het is niet leuk, maar het lijkt wel makkelijker als de optie te kunnen kiezen niet open ligt. Je voelt je geen dief van je eigen levensinvulling. Dit is het pad dat je lopen moet en over je loopritme mag je wel beslissen. Het was in mijn opa's jonge jaren ook nog geen kwestie dat je jezelf gelukkig moest maken, denk ik. Het hoofddoel was kunnen eten, kunnen kleden, een dag in de week iets leuks doen. Ik houd me dat interview voor ogen omdat ik het decadent vind te klagen over alle kansen die ik heb. Ik heb geen echte problemen, nooit gehad en altijd geweten. Maar het geneest me niet van de onrust.

9 juni 2012

Yang-stijl 24-vorm

Ben ik op dit moment aan het leren en het kost me nog wel een jaartje of vier om op deze vloeiende routine te laten lijken.
Daarnaast heb ik de roze pyjama niet. Maar vergis je niet, het is uiterst intensief, zwaar, het kost je dus jarenlange training en na twintig minuten (de totale tijd voor de 24-vorm) duurt het altijd nog wel een minuut of vijftien voor je echt weer terug bent uit je concentratie. Dat overkomt mij, tenminste.

22 oktober 2011

Niet meetellen

Het zijn altijd de mensen die geen spoor van zich achterlaten die ik het meest bewonder. Zowel het daoïsme als het christendom raden af om te schitteren en te stralen. Het is het enige juiste, het enige goede om steeds minder aandacht te genereren. Weliswaar in het begin niet leuk om te constateren dat je niet meetelt, maar de realisatie in tweede instantie dat je niet mee hoeft te doen, dat je niet hoeft te conformeren, dat je - wat je ook maar probeert - nooit mee zult tellen, is een geruststelling en een geluk.

Ik wou dat iemand me op jonge leeftijd al had verteld dat ik me de moeite kon besparen om mee te doen met de massa. Vaak slaag ik niet, maar wanneer ik na hard werken slaag blijkt altijd weer dat de massa het helemaal niet leuk heeft. Dat wat hen gelukkig maakt mij juist niet gelukkig maakt. Het is vervelend om raar gevonden te worden en niet te kunnen uitleggen waarom jij niet geïnteresseerd bent in wat anderen zo boeiend vinden, maar een andere keuze is er niet. Toneelspelen dat je precies overeenkomt met de groep leidt helemaal nergens toe.

9 juli 2011

Ander concept

Als je vanuit China naar het Midden-Oosten trekt, kun je je verbazen over die tot de mens sprekende Ene God. Dat is een vinding! Dat zou bij de Chinezen niet opgekomen zijn. Het slaat je met stomheid en ik ga er heerlijk traag over doen het te proberen te begrijpen.

- gedachte die bij mij opkwam tijdens het lezen van Chinese literatuur. De basisprincipes wijken al zo af. Ik moest het even noteren.

28 november 2010

Egotrippen

"Ik zou wel meer willen lezen, maar er is gewoon geen tijd", zei mijn collega. En een ander beaamde dat en deed nog een duit in het zakje: "ik heb nog zo veel studieboeken liggen. Ik voel me gewoon verplicht die eerst te lezen." Dat laatste herkende ik wel, maar geen tijd hebben om boeken te lezen is naar mijn mening werkelijk een variant van verkeerd plannen. Er is altijd tijd om boeken te lezen. Die tijd maak je. En als je die tijd niet maakt, word je bloedchagrijnig. Zit je niet lekker in je vel. Ik kon dus reageren. Zei dat ik me het gevoel van euforie herinnerde toen ik stopte met theologie en weer kon lezen wat ik zelf wilde lezen. Ik kreeg geknik als antwoord. Dus ik ging verder met een betoog over dat elk vrij moment geschikt was voor het lezen van op z'n minst één of twee pagina's. Dat het scheelt als je altijd een boek bij je hebt. Dat ik elke vrije minuut van de dag weet te lezen. En die mensen met een gezond sociaal gevoel zien wat ik op dat moment zag; mensen die wegkijken omdat jouw egocircus hen verveelt. Tot voor kort wist ik dan gewoon dat ik kon stoppen. Geneerde me dan een beetje of vond het onterecht dat het als een egocircus werd behandeld, want mijn bedoeling was echt geen eigenwaan.

Nu herinnerde ik me laatst hoe ik van een 'lauwe katholiek', zo eentje die in de traditie is opgegroeid maar er verder niets aan doet, een fanatiekeling werd door gewoon veel over het katholicisme te lezen. Dus hoe een mens als vanzelf verinnerlijkt wat hij of zij het meest tegenkomt. Ik had kort daarvoor gelezen dat boekenwijsheid het taoïsme niet erg dichterbij brengt (zal ik hier als citaat nog neerzetten). Dat deed me afvragen hoe ik dan zo belijdend katholiek was geraakt in een verder behoorlijk seculiere omgeving. Het ging als vanzelf. En ik heb destijds uit overtuiging de meest Franciscaanse zelfverwerping uit zitten kramen. Dat kwam echt niet meer uit een boekje.

Diezelfde automatische adaptatie gebeurt zo langzamerhand weer. Bij conversaties waar de één na de ander vertelt 'hoe hij erin zit', merk ik met verbazing op dat ik geen zin heb om mijn duit in het zakje te doen. Ik vind het niet boeiend dat anderen mijn beweegredenen weten. Ik heb zelfs moeite om deze maand dit weblog vol te krijgen omdat ik het meeste niet interessant genoeg vind om te delen.

Na het wegkijken in het gesprek over tijd voor lezen vroeg ik me dan ook voor de zoveelste maal af waarom ik had gezegd wat ik net had gezegd. Ik vond het zelf bij nader inzien ook het mededelen niet waard om uit te leggen hoe je zo veel mogelijk kunt lezen.

Geneerde ik me eerder betrapt te worden op egoïstische praat, tegenwoordig verbaas ik me erover dát ik nog egoïstisch praat. Dat het eruit flapt als ik niet op let. Ik merk achteraf dat ik naar mezelf kijk met de vraag 'waar kwam dat vandaan? Waarom wilde ik dat vertellen?' Dit geeft me de indruk dat ik na verloop van tijd er niet eens meer onbewust toe te verleiden ben. Fantaseerde ik als jongere nog hoe het zou zijn om op een podium te staan, op tv geïnterviewd te worden of een geweldige ontdekking te doen waardoor niemand me meer zou kunnen negeren, sinds kort denk ik erover na ergens aanwezig te zijn zonder opgemerkt te worden. Ik beschouwde het onlangs zelfs als een mazzel dat het mij al was overkomen op de middelbare school lucht te zijn. En juist van dat negeren ben ik maar langzaam herstelt.

Hoe makkelijk verinnerlijk je literatuur.

1 augustus 2010

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan

"Talent is de manifestatie van talent.
Wat aan de uiting van talent voorafgaat is het verlangen naar manifestatie, uiting, openbaring, naar het mededelen van een vermogen."

- Uit: De Vriendschap van Connie Palmen

In tegenspraak met Lao Zi die verklaart dat uitdagingen moeten worden genegeerd: "Meegeven is volkomen blijven."

Lao Zi heeft waarschijnlijk groot gelijk, maar Connie Palmen troost zo met haar conclusie. Behoefte tot uiting, tot het strekken van de vingers van je talenten zorgt dat je ambitie door de kieren van de gesloten deur van wellevendheid doorsijpelt. Al is je talent nog zo matig, dient het tot niets en maakt de teleurstelling naderhand je ongelukkig, dan nog is de inspanning en de verwachte prestatie een te machtige aansporing.
De Meester heeft gelijk, maar ik wil het liever negeren.

28 juli 2010

Werken is bah

"Met onze hoge waardering van arbeid staan wij alleen. Weinig andere culturen hebben deze opvatting gehuldigd. In bijna de gehele geschiedenis was werk een schande. Van de christenen hebben alleen de protestanten ooit geloofd dat werk het zielenheil naderbij brengt; het werk en de gebeden van het middeleeuwse christendom [voor de nitwits: dat is het katholicisme - Qaboos] werden met grote regelmaat onderbroken door feestdagen. De oude Grieken zochten hun heil in filosofie, de Indiërs in meditatie, de Chinezen in poëzie en liefde voor de natuur. De pygmeeën van de Afrikaanse regenwouden werken alleen om in hun dagelijkse behoeften te voorzien en brengen hun leven grotendeels luierend door."

- John Gray

18 juli 2010

Symposium Byron Katie

Tijdens een verkenningstocht op de website van Byron Katie (het moet minstens zes maanden geleden zijn) kwam ik de aankondiging tegen van een symposium in Amsterdam. Het zag er allemaal een beetje obscuur uit. De locatie was het Montessori College Oost (je verwacht toch een zaaltje van een hotel), je kon je niet van tevoren opgeven (leuk als de tent vol blijkt te zitten) en betaling was contant bij de deur, wat je toch eerder het idee geeft dat je een zuip-keet binnengaat. Ik verwachtte dan ook dat een Nederlands student van The School of The Work uitleg en demonstratie zou geven. Omdat er zo zelden iets in Nederland georganiseerd wordt over The Work, besloot ik de datum toch in mijn agenda te zetten.

Afgelopen donderdag, twee dagen van tevoren, bedacht ik me nog niet te gaan. Ik sliep verschrikkelijk slecht, ik zou vrijdagavond ook op pad zijn en dat Montessori College Oost, dat was waarschijnlijk met de metro naar de Wibautstraat moeten en dan de Watergraafsmeer door moeten stiefelen. 's Avonds op internet bleek dat laatste gelukkig heel erg mee te vallen. Het College ligt vlak naast station Muiderpoort (toen ik het gebouw zag herinnerde ik me weer dat ik het vroeger dagelijks heb zien liggen toen ik studeerde in Amsterdam) en naar Muiderpoort ging een rechtstreekse trein. Dat heeft me dan ook over de streep getrokken. Dat, en de notie dat ik niet snel naar een andere soortgelijke gelegenheid zou kunnen.

Ik heb als een comapatiënt in die trein naar Muiderpoort gezeten. Totaal versuft door de slaap. Ik schrok wakker toen ik het afschuwelijk verwaarloosde station Capelle Schollevaar zag, maar droomde daarna al gauw weer weg. Na uitstappen bleek dat de gelegenheid populairder was dan ik me had voorgesteld. Uit hetzelfde treintje stapte een serie opgedofte, nerveuze mensen uit die dezelfde kant op liepen. Ik dacht eerst dat er misschien nog iets anders werd georganiseerd in de omgeving, maar bij de school stonden nog hele hordes zenuwachtig lachende mensen. Ik stapte hen gemakkelijk voorbij en er stond geen rij bij binnenkomst. Bij betaling kreeg ik uit een grote envelop mijn wisselgeld, op mijn hand een stempel van een roze hartje en met door vrees vergrote pupillen en de meest onnatuurlijke glimlach wenste de stempelende mevrouw een hele plezierige dag. Het voelde alsof ik een evangelische kerk was binnengestapt en de grimas mij had moeten overtuigen dat het heil deze vrouw aangeraakt had en dat het mij ook weldra zou kunnen overkomen. Het voelde sektarisch.

Vol was het niet in de aula, wel veel drukker dan ik had verwacht. Meer dan honderd mensen. Tegen de centrale muur van de aula was een podium gezet met daarop twee banken. Beiden bedekt met zeer lelijk wit velours (velours is eigenlijk altijd lelijk). Twintig rijen dik stonden er stoelen om het podium heen. De stoelen die recht op het podium gericht stonden waren tot de laatste plaats bezet. Ook de stoelen rechts van het podium waren bezet. Waarschijnlijk omdat verwacht werd dat de docent links op het podium plaats zou nemen en dus de mensen rechts aan zou kijken. De keuze werd me dus makkelijk gemaakt en ik ben links van het podium gaan zitten. Mij maakte het niet uit of ik de docent op de rug zou zien. Het gangpad moest vrijblijven dus ik kon mijn vreselijk brakke rotstoeltje ver naar de centrale muur zetten en had alle beenruimte. Er stond een pak tissues onder mijn stoel, dat was bij alle stoelen om de twee rijen zo, en ik ben gek op extra privileges onder mijn stoel, dus die plek was van mij.

Omdat ik vroeg was kon ik de mensen in de aula goed bekijken. Het aandeel harembroeken, india-jurken en teenslippers was erg groot. Maar het is Amsterdam, je ziet ze daar zomers op elke hoek van de straat. Wel zo pathetisch dat het me op de zenuwen werkte was de obligate knuffel die in elke hoek van de ruimte aan elkaar gegeven werd. De één na de ander wierp zich dusdanig in iemands armen dat te zien was dat het een sociale regel was. De ruggen gingen krom staan zodat het andere lichaam niet geraakt hoefde te worden en met net te grote gebaren werd de rug van die ander gestreeld. Ik voelde me als een introducée bij de Baghwan en voor de Baghwan heb ik geen enkel respect.

De bijeenkomst begon. Uitleg over het uitzetten van je mobiel, over hoe je de microfoon kon vragen om te kunnen spreken en dat je dat spreken diende te doen in het Engels. Er waren veel Duitsers, Fransen en Zweden aanwezig. De docent werd aangekondigd en ik geef met lichte gene toe dat het een "Oh my God, Elvis is here" momentje voor me was, want daar kwam Byron Katie naar voren. Ik had geen idee dat ze er zou zijn. Haar reisschema op de website leek geen ruimte te hebben voor Amsterdam, maar ik heb er enthousiast als een kind die Sinterklaas hoort zitten klappen. Ze is klein natuurlijk, want ze is Amerikaans en de hele ochtend heb ik haar uitspraken op zitten schrijven alsof ze de tolk van Jezus was. De eerste mensen die vragen aan haar stelden hadden precies de problemen waar ik zelf ook tegenaan ben gelopen en haar antwoorden waren erg goed. Het scheelde, merkte ik 's middags, dat de vragenstellers haar boeken hadden gelezen en dus alleen die vragen stelde waar ik ook het antwoord niet op wist. Ik had na de ochtend weg kunnen gaan, merkte ik 's middags, maar daar stond Katie en ik zal haar echt niet nog een keer zien. Dus ook toen mensen 's middags de vragen stelden die ze in haar boeken beantwoord konden zien ben ik blijven zitten. Dik 4 uur op een rotstoeltje. Groot respect voor hoe Katie het praten volhield met alleen een lunchpauze tussendoor. Mazzel voor mij dat ze, wanneer ze ging zitten, juist op de bank ging zitten recht tegenover mij. Ik snoof toen een Duitse vrouw voor mij, die in onze omgeving aandacht vroeg voor het feit dat ze altijd bij de symposia van Byron Katie in Europa aanwezig was, de ene na de andere foto maakte van Katie. Dom fanatisme, dacht ik, en nu ik het opschrijf klink ik net zo erg, bén ik net zo erg geweest gisteren als die vrouw. Want Katie zat op de juiste bank voor mij. Enige dat voor mij pleit is dat ik tegen de middag voor mijn gevoel en helemaal gewend naar een doodnormale Amerikaanse vrouw zat te kijken. Al ben ik toch trots dat ik haar echt gezien heb. Ook omdat ik niet verwacht had dat ze aanwezig zou zijn.

De helft van mijn schrift is gevuld met citaten van Katie en mijn eigen ideeën tijdens de dag, maar de belangrijkste conclusie staat al op de derde bladzijde: dit soort bijeenkomsten zijn niets voor mij. Ik houd niet van Katie's incrowd nu ik ze gezien heb. Ik heb er wel het enige boek gekocht dat ik nog niet van haar had en merkte door de vragen uit het publiek dat ik dankzij die boeken eigenlijk al een vergevorderde was. Ik laat het van nu af ook bij die boeken.

Met The Work is het de bedoeling dat je uiteindelijk nergens meer van in de stress schiet (dat lijkt me ongezond; adrenaline heeft z'n voordelen. Zo is er wel meer dat volgens mij niet klopt aan haar theorie) en het is de bedoeling dat je je je niet meer ergert aan anderen. Ik heb mezelf daarmee geplaagd die middag want ik ergerde me kapot aan Katie's posse en nog meer aan de mensen die Katie vroegen om iets uit te leggen dat dik twintig pagina's kost in één van haar boeken. Lees dat nou gewoon en kom voorbereid naar zo'n symposium toe. Ze zijn te schaars om te besteden aan voor de hand liggende zaken. Gebruik ze voor je complexere vragen. Het is knap van Katie dat ze zich zo vaak en met zo veel herhaling inzet voor de vragen van anderen. Op een andere bladzijde in mijn schrift noteerde ik dat ik het niet kan. Ik kan niet blijven herhalen wat ik zelf vanzelfsprekend vind, de hulpvraag van anderen moet voor mij wel gaan over iets wat ik zelf een uitdaging vind (dat is echt heel egoïstisch van me) en ik heb zelfs genoteerd dat mijn wens om priester te worden toch diep in mijn hart eigenlijk alleen daarom ging: interessante mensen ontmoeten om van ze te leren. Voor mezelf. Niet om mensen te helpen die me met grote waarschijnlijkheid vervelen zullen. Ik zal dus ook niet The School of The Work willen gaan volgen om zelf zo'n hulpverlener te worden.

Hele leerzame, hele bijzondere dag. En hoewel ik me met een aan liefde grenzende toewijding nog steeds de tandjes erger aan een groot deel van de mensheid, heb ik toch de indruk dat ik een wijzer mens geworden ben sinds gisteren. Ook een rustiger mens. Vrediger misschien wel. En ik heb gemerkt dat ik geneigd ben tot sentimentele verering van een klein Amerikaans vrouwtje. De mensen die ik bespot heb toen ze uit hun dak gingen bij het zien van Benedictus XVI zouden er niet achter moeten komen.

7 juli 2010

Inzet

"Ik zeg niets nieuws als ik beweer dat het familieleven serieus bedreigd wordt, maar niemand weet wat er aan gedaan kan worden. Het is ook niet gemakkelijk. Wanneer je, bijvoorbeeld, de stabiliteit die de godsdienst met zich meebrengt hebt opgegeven, kun je die niet meer terugwinnen. Ouders zijn zo gepreoccupeerd door hun eigen levens, hun eigen behoeftes, ze staan zo onder druk, dat ze niet veel tijd meer over hebben voor hun kinderen. Die kinderen zijn veel alleen en daar kunnen ze niet goed tegen. Ik heb niets tegen televisie, mar in gezinnen moeten de ouders direct contact hebben met hun kinderen."

- Gitta Sereny in Tafelgesprekken van Bas Heijne

De (af)zeikcultus

"De twintigste eeuw is de eeuw van de vrijspraak, van het slachtoffer, van het taboe op schuld. De kerk en de kamer van de psycholoog zijn niet langer de enige vrijplaatsen voor de volwassene, de zeldzame ruimtes waarin hij kan terugkeren tot de gelukzalige staat van schuldeloosheid en onvoorwaardelijke vergeving, want sedert een halve eeuw is de hele wereld die ruimte geworden. Zelfs de moordenaar is een slachtoffer. Vraag hem en hij noemt je zijn verontschuldigingen.
In de tweede helft van deze eeuw [de twintigste - Qaboos] zijn de gemeenschappen die geloof, moraal, wetten, normen en rituelen deelden, vervangen door gemeenschappen die zich door onrecht, ziekte, minachting en vernedering onderling verbonden weten; gemeenschappen van slachtoffers. De daders zijn de anderen.
(...)
In plaats van op zoek te gaan naar een middel om zich door persoonlijke inzet te onderscheiden, lijkt iedereen meer en meer op zoek naar een gezamenlijke kwetsuur en vernedering, naar het privilege van de publieke, gedeelde discriminatie en zo naar een religie, naar de binding met een gemeenschap. Je staat in deze eeuw wel erg op jezelf als je niet lijdt aan een groepsmankement en daardoor zielig bent of gediscrimineerd wordt.
(...)
Wat er ook de oorzaak van is, ik kan de ophemeling van de schuldeloosheid niet anders zien dan een laffe poging om te ontsnappen aan verantwoordelijkheid, ook verantwoordelijkheid om zelf te zorgen voor de manier waarop je je onderscheidt van anderen en dus betekenis geeft aan een uniek bestaan. Discriminatie is een voorwaarde voor betekenis. Als je geen verschil maakt tussen de ene persoon en de andere, dan bestaan ze niet op zichzelf en geen verschil kunnen maken leidt tot onverschilligheid. Het is niet de haat die aan de liefde tegengesteld is, want haar moet je nog altijd verdienen, maar het is deze onverschilligheid. De betekenis die je krijgt door slachtoffer te zijn is gratis. Daar hoef je niets voor te doen en daar ben je niet verantwoordelijk voor."

- Connie Palmen schreef dit in 1995 in De Vriendschap. Ik denk dat de zieligheidscultus van 'we worden niet serieus genomen, er wordt in onze nek gepist en anderen maken mij het leven moeilijk' nog veel meer ingeburgerd is geraakt. We worden met z'n allen dwarsgezeten door niet nader omschreven tegenstanders.

13 juni 2010

Waarom ik stopte met theologie

Mijn eerste bekentenis in dit verhaal: ik ben volgens mij nog nooit zo tevreden, misschien zelfs gelukkig, geweest als nu. Niet dat de zaken nu zo op rolletjes lopen. Helemaal niet. Maar over het geheel genomen voel ik me heel erg goed en alle gangbare tegenslagen raken me veel minder dan vroeger. Ik barst van de ideeën om over te schrijven, heb weer alle energie om te lezen, ben razend nieuwsgierig en ik voel torenhoge ambitie om van alles te gaan doen waar ik al jaren niet meer aan durfde te denken. Een week geleden schreef ik hier al dat de wens om theologie te studeren niet weggaat. Ook niet na meerdere beslissingen om er nu echt mee te nokken. Zoals twee jaar geleden. De reden dat ik mijn studie staakte was de crisis. Mijn werkgever destijds mocht me geen vast contract aanbieden en ik zou binnen zes maanden zonder werk zitten. Ik besloot naar uitzendbureaus te gaan om te proberen een contract te krijgen, op projectbasis of zo, voor 24 uur. Zodat ik door kon gaan met theologie. Mijn diploma inspireerde de intercedenten bij de uitzendbureaus niet bijzonder. Ik kreeg keer op keer te horen dat ik in het vakgebied kon werken waar ik vandaan kwam, maar dan was maar één werkgever in de regio een optie. Ik heb al eerder bij die werkgever gewerkt dus ik had de intercedenten verder niet nodig. Zodoende heb ik zelf gevraagd of ik daar in deeltijd zou kunnen gaan werken. Dat ging wel, maar niet voor minder dan 32 uur. Met maar drie dagen in de week (weekend meegerekend) haalde ik mijn studie niet naast mijn dagelijkse sores als het huishouden. Ik heb niet de indruk gehad dat ik een keus kon maken, want werkeloos raken was onverstandiger. Stoppen met mijn studie werd wel iets makkelijker gemaakt door de studie, al heeft het gevoel me niet losgelaten dat ik iets kostbaars weggooide...

Voordat ik verhuisde van de locatie Utrecht naar de locatie Tilburg van de faculteit Katholieke Theologie, was er rumoer over bisschoppelijke beslissingen ten aanzien van de kerkelijke opleiding. Er zou pressie zijn geweest om bepaalde docenten weg te sturen. Ik kon er uiteraard niet de ware informatie over krijgen. Het is een politiek getouwtrek geweest, maar feit is dat een aantal docenten verdwenen. Ik weet niet of dat een waar gemis is gebleken. Ik merkte wel dat ik andere colleges kreeg dan ik in Utrecht had gekregen. Niet dat het luid en duidelijk aan de bisschoppen lag, dat weet ik niet, maar het niveau was onbetwistbaar lager.

Fundamentele Theologie kreeg ik in Utrecht van Theo Bell. Hij is met pensioen gegaan in dat jaar, dus het is logisch dat daar een andere docent voor kwam. De opvolger was breed opgeleid, zeer eloquent en heel sympathiek, maar de toon van de les was anders. Bell sprak altijd als volgt: 'De Kerk stelt dat...et cetera'. De opvolger zei: "Wij ontvangen genade. We zien het niet, we horen het niet, we merken het niet, maar toch, we ontvangen het wel." Stellig. En meer de klank van catechese. Voor sommigen van mijn medestudenten was dit prettig. Ik wil met alle respect over deze medestudenten spreken. We hebben veel aan elkaar gehad en het was een warme, sympathieke groep. Maar sommigen hadden meer behoefte aan catechese dan aan, om maar een voorbeeld te noemen, bijbelwetenschap. Er vloeiden tranen in de colleges bijbelwetenschap. Omdat de geschiedenis van de Bijbel werd behandeld en niet de sacraliteit. De docente Talmudica zei verbaasd dat mensen niet bij bijbelwetenschap moesten zijn als ze er niet tegen konden dat de Bijbel niet uit de lucht is komen vallen.

Tijdens moraaltheologie vertelde de gloednieuwe docente trots dat een jongetje aan haar had gevraagd of zijn overleden hondje nu naar de hemel ging. Ze had geantwoord: als jij dat gelooft, dan gaat dat hondje naar de hemel. Ik beoordeel niet het gesprek tussen haar en het jongetje. Ik mis context. Maar ik begrijp niet hoe dat gesprek thuishoort in het college moraaltheologie. Het klinkt als een geruststellend suswoordje. Met de docente bediscussieerde ik tijdens het college waarom God ons de keuze wil geven van Hem te houden. Hij had ons zo kunnen scheppen dat we het automatisch doen. De docente antwoordde dat een uit vrije wil gekozen liefde waardevoller is dan een vanzelfsprekende, niet zelf gekozen liefde; bij wijze van spreken: een computerprogramma. Bij nader inzien kon ik mij daar in vinden. Als we geprogrammeerd zouden zijn tot een goed potje voetbal, zouden we namelijk dan nog voetballen? Of mechanisch tegen een bal schoppen? Op dat moment begon mijn klasgenoot te schreeuwen dat ik op moest houden met mijn weerwoord. En ook anderen in het lokaal vroegen zich af wat dit toch was dat voor hun ogen afspeelde. Ik heb mijn mond toen maar gehouden, maar naderhand vroeg de docent nog of ik verder wilde praten. Sympathiek.

Als ik het nu zo opschrijf, lijken het argumenten van niks om met de studie te stoppen. En daar komt bij dat ik het nog steeds verschrikkelijk mis. Het lag me gewoon goed. Ik vond het razend interessant. Vínd het razend interessant. Ik haalde hoge cijfers voor Kerkgeschiedenis zonder er ooit echt voor te hebben geleerd. Ik las er al boeken over voordat ik begon met de studie.

Maar goed, ik stopte. Ik heb twee jaar met veel tegenslag en toch ook plezier gewerkt bij die werkgever maar ik miste theologie. Ik wil er niet eens iets mee worden, behalve theoloog. Geen beroep. Het veld waar ik nu in werk vind ik leuk genoeg. Maar de oude teksten bestuderen, de talen leren, de ervaringen van de gelovigen horen, de doorwrochte leerstellingen en de psychologische achtergrond van rituelen en doctrine.Thuis zeggen ze: 'ga religiewetenschappen doen, dan leer je over veel meer religies.' Maar volgens mij is dat een vluchtig overzicht van wat er is en ik hoorde van een student dat religiestudies de vier grote religies (jodendom, christendom, islam en hindoeïsme) behandelt en niet al die kleine. Ik heb overwogen sinologie te doen en dan in de master te kijken naar Aziatische religies om zo door te stromen naar een studie taoïstisch meester bij één van de religieuze scholen. Maar sinologie is niet in deeltijd.

We gaan zien wat het wordt. Wu Wei, handel door niet te handelen. Het plezier is er in ieder geval weer.

24 mei 2010

Gezegde

"Geluk komt voor een westerling neer op doen wat je wilt en voor een oosterling op willen wat je doet."
- Joris Luyendijk

Over mannen

Tekst uit 2006. Toen de wereld nog fris, mooi en ongerept was (of, waarschijnlijker: ik nog zo naïef eeuwenoude geheimen te verklappen).


Een eeuwenoude conclusie die niet eens onderzoek behoeft is wel dat de man geschapen is ter vermaak van de vrouw. Om dit doel te bereiken hebben mannen dan ook minder strategisch inzicht dan vrouwen. Van moeder op dochter worden de do’s en dont’s doorgegeven voor het meest efficiënte en plezierverhogende gebruik van de man.

Zo zal frustratie over het zeer beperkte inzicht van de man nooit openbaar besproken worden. Daar hebben vrouwen hun eigen bijeenkomsten voor.

Loslopende mannen onttrekken zich van het doel waarvoor zij geschapen zijn. Voorkom dat.
Mannen zonder gade zullen altijd op zoek gaan naar die gade. Dat is ze door de natuur ingegeven. Vrouwen die het goed spelen hoeven niet op zoek naar een man. Je krijgt hem gewoon.
Iedere man die denkt dat hij jou gevonden heeft, is van jou. En eigendommen zijn er om gebruik van te maken.

De beperktheid van het inzicht van mannen leidt ertoe dat zij veelal niet door hebben wat hun rol in de samenleving is. Uit de praktijk bleek dat dit een zeer functionele houding voor mannen is. Het zal je daarom als vrouw geleerd worden dat je mannen niet slimmer moet maken dan ze zijn. Mannen die merken dat ze hier zijn voor de vrouw, hebben de neiging in opstand te komen, vaak ondersteund door hun primitieve agressie. Het geeft een hoop gedoe, voorkom dit daarom.

Het is voor mannen prettig in de illusie te leven dat ze er toe doen en dat zij de wereld beheersen. Van deze waan kun je als vrouw gebruik maken om te krijgen wat je wil. Laat ze daarom rustig verder spelen.

Mannen denken dat ze meer betaald krijgen voor hun werk omdat ze daar ontzettend goed in zijn. Voordeel hiervan is dat zij ervoor kiezen lange werkweken te maken. Als je een man te pakken hebt, kun jij korter werken. Je hebt meer vrije tijd en hoeft in die tijd niet voor hem te denken. Het kan nadelig zijn dat jij voor het huishouden op moet draaien maar daar staat tegenover dat je zeker weet dat het goed gebeurt. Zorg dat je hem duidelijk maakt dat je zijn geld hoort te krijgen voor huishoudelijke taken. Het is per slot van rekening jouw geld. Hij is van jou, dus alles wat hij bezit, is van jou.

Voetbal is ten gunste van de vrouw uitgevonden. Jij en je vriendinnen hebben op die momenten geen verplichtingen. Ga shoppen. Vergeet zijn geld niet.

Als hij vreemdgaat: ga nooit bij hem weg. Maak de rest van zijn leven een hel. Ongehoorzaamheid moet de kop ingedrukt worden. Wie zijn trouwring heeft, heeft de oudste rechten.

Kom nooit aan de eigendommen van een andere vrouw. Strijd in eigen gelederen is een verspilling van tijd en middelen.

Kinderen zijn je biologische akten van eigendom over de vader. Is de vader al getrouwd dan moet je genoegen nemen met een tweede plaats (sufkút, wat is je hierboven gezegd?). Neem in dat geval een extra man.

Schelden op een man heeft geen zin. Dat is zijn vocabulaire. Mannen kunnen niet tegen hoge tonen. Gebruik dat. Ook de traanklieren en - niet te vergeten - het aartsvrouwelijk sarcasme zijn ons geschonken middelen om de man op zijn plaats te houden.
Bij noodsituaties is de silent treatment het middel.

Wees geduldig, ze zijn niet snel van begrip. Maar inderdaad, jij hebt het recht in zijn auto te rijden. Hij is van jou, dus alles wat hij bezit, is van jou.

Herinner je: hij hoeft zijn plaats niet te kennen maar hij moet er wel blijven.

Zijn moeder is je enige tegenstander in eigen kamp. Kies een man met een moeder die in strategie voor jou onderdoet. En liefst één die al behoorlijk oud is. Een man zonder moeder is een buitenkans, gebruik hem.

Vrouwen hebben een langere levensverwachting dan mannen. Zijn erfenis is van jou.

Je zult je er op latere leeftijd bij neer moeten leggen: ook jouw man is een lúl en een loser. Als je echt de grip op de situatie dreigt te verliezen (een contradictie voor vrouwen, laten we eerlijk zijn) dan is het gerechtvaardigd hem daaraan te herinneren. Een man zonder vrouw doolt. Hij heeft je nodig als zelfbevestiging.


…een tipje van de sluier want er lezen mannen mee…







Afkomstig van Het Forum. 

23 mei 2010

Zhongchang Tong's Verduidelijking van Mijn Ideaal II

"De grote Weg mag dan al effen zijn,
Nagenoeg niemand komt in zijn buurt.
Doe wat je zelf wilt - daaraan is niets verkeerd,
Je voegen naar de anderen verdient geen enk'le lof
Kronkelend en draaiend sinds mensenheugenis,
Zich tot vervelens toe in bochten wringend:
Wat heeft al dat gepieker uitgehaald?
Het allerbelangrijkste ligt in jezelf.

Mijn droefheid vertrouw ik de hemel toe,
Mijn zorgen begraaf ik in de aarde.
De Vijf klassieken gooi ik woedend in het rond,
Met de Oden wil ik niets te maken hebben.
De wijsgerige scholen? Gemalen ingewanden zijn het!
Gebruik ze maar om het vuur gaande te houden.

Mijn ideaal verheft zich ten westen van de bergen,
Mijn geest laat ik zwerven ten oosten van de zee.
De oorspronkelijke qi is mijn boot,
De subtiele wind doet dienst als roer.
Ik zweef door de Opperste Puurheid,
Doe mijn goesting en geniet ervan."

- Zhongchang Tong
Vertaald door Jan De Meyer (en ja, dat is een Belg)

Toelichting door de sinoloog:
"De vroegrijpe literaat Zhongchang Tong (179?-219) had zo'n eigenzinnig karakter dat sommige van zijn tijdgenoten hem als gek beschouwden. Uitnodigingen om een ambt op te nemen sloeg hij steevast af op grond van ziekte. Hij was een van de allereersten die zonder complexen of omwegen schreef over wat hem aanstond en wat niet."

23 februari 2010

De tweede over het achtste gebod

"Stelen is de lucht beroven van zijn frisheid. Stelen is een kind beroven van zijn durf om te groeien, van zijn lef om dingen te proberen. Niet delen is stelen. De wereld is niet van jou. Kinderen zijn niet van jou. Een relatie is niet van jou. Mensen de vrijheid ontnemen om zelf te bepalen hoe ze leven, is misschien wel de grootste vorm van diefstal."
En:
"Als je niet verbonden bent met wat je doet, dan ben je nep."
- Peter Faber, geïnterviewd door Arjan Visser voor de serie Tien Geboden van Trouw.

Wanting to be an absolute nobody

"Don’t you see that? I’m afraid I will compete—that’s what scares me. Just because I’m so horribly conditioned to accept everybody else’s values, and just because I like applause and people to rave about me, doesn’t make it right. I’m ashamed of it. I’m sick of it. I’m sick of not having the courage to be an absolute nobody."
- Franny in Franny and Zooey van J.D. Salinger