"A perfect creator would be capable of communicating in a perfect manner; no human interpretation required."
- Pam Power, @Pamfino op Twitter
Aangenomen dat deze perfecte schepper zich bewust is van haar scheppingsdaad en van haar schepping bepaald gedrag verwacht, wat als eis verduidelijkt moet worden.
Posts tonen met het label atheïsme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label atheïsme. Alle posts tonen
5 maart 2013
27 februari 2013
Externe conditionering
"Ze (Tineke Huizinga-Heringa - Qaboos) illustreert waarom weinig-gedomesticeerde denominaties de facto zelf verantwoordelijk zijn voor een zekere morele verloedering van de samenleving. Want die verloedering komt niet voort uit een gebrék aan religie, maar uit het feit dat de structuur daarvan mensen als Huizinga-Heringa nooit heeft gestimuleerd tot het zelf nadenken over morele en ethische kwesties. Vragen stellen is onnodig en zelfs schadelijk.
(...)
Daarom zijn alle morele en ethische noties bij deze gelovigen niet geïnternaliseerd. Daarom ontlenen ze hun identiteit niet aan een zingeving die met beroep, cultuur, omgeving en intieme relaties te maken heeft. Kortom, haal je het geloof weg bij traditionele, orthodoxe, fundamentalistische en integristische gelovigen, dan houden ze inderdaad NIETS over."
- August Hans den Boef in zijn boek God als Hype en in reactie op de uitspraak van Tineke Huizinga-Heringa dat ze opgelucht is christelijk te zijn omdat anders niets haar tegen zou houden te roven, te stelen en er maar op los te leven.
(...)
Daarom zijn alle morele en ethische noties bij deze gelovigen niet geïnternaliseerd. Daarom ontlenen ze hun identiteit niet aan een zingeving die met beroep, cultuur, omgeving en intieme relaties te maken heeft. Kortom, haal je het geloof weg bij traditionele, orthodoxe, fundamentalistische en integristische gelovigen, dan houden ze inderdaad NIETS over."
- August Hans den Boef in zijn boek God als Hype en in reactie op de uitspraak van Tineke Huizinga-Heringa dat ze opgelucht is christelijk te zijn omdat anders niets haar tegen zou houden te roven, te stelen en er maar op los te leven.
10 november 2012
Het overkomt je
"Nooit waren we zo vrij. Nooit hebben we ons zo machteloos gevoeld."
- Socioloog Zygmund Bauman
- Socioloog Zygmund Bauman
16 september 2012
Goed is goed
"Good is Good. With or without a God", schreef Ricky Gervais op Twitter. Kan ik inkomen, maar wat is dan daadwerkelijk goed? In hoeverre ben je dan je broeders hoeder? Zeg het maar, Ricky.
Westerse redelijkheid
Het christendom is een echt westerse uitvinding met haar samensmelting van jodendom en Griekse filosofie. Het atheïsme komt er dan ook regelrecht uit voort. Geen andere religie kent de ontkenning van het bestaan van god als doel op zich. Atheïsten zijn net zo'n vondst van de rede als het christendom sinds Augustinus. Atheïsten zullen alleen bestaan zolang het christendom bestaat. Ze zijn als yin en yang.
2 juni 2012
Ietsisme
Steekt de draak met evangelisatie, Amerikaanse kerken, ietsisme en de doorgewinterde Hollandse documentairestijl. Stuurde Reclusius aan me door. Zeer de moeite waard om nog eens in de schijnwerper te zetten.
6 mei 2012
Orde is het kenmerk van leven
"Orde is het kenmerk van leven. Niet-levende systemen zijn chaotisch, levende systemen zijn geordend."
- Bob Root-Bernstein, hoogleraar fysiologie.
Ik wil niet direct roepen dat dit kan leiden tot de conclusie dat er een schepper is. Ik heb te weinig kennis om iets te zeggen en dit citaat, dat ik las als citaat in een interview van een andere natuurwetenschapper waarvan ik de naam dan weer niet genoteerd heb, kan ook volkomen uit zijn context gerukt zijn. Maar dit is een leuke stelling om over na te denken.
- Bob Root-Bernstein, hoogleraar fysiologie.
Ik wil niet direct roepen dat dit kan leiden tot de conclusie dat er een schepper is. Ik heb te weinig kennis om iets te zeggen en dit citaat, dat ik las als citaat in een interview van een andere natuurwetenschapper waarvan ik de naam dan weer niet genoteerd heb, kan ook volkomen uit zijn context gerukt zijn. Maar dit is een leuke stelling om over na te denken.
Trust
Ik zag gisteren de film Trust van David Schwimmer en het deed me mezelf afvragen of de ontkerkelijking er voor gezorgd heeft dat mensen veel minder geremd zijn in het misbruik maken van elkaar of dat het altijd al zo geweest is. Ik weet er te weinig vanaf.
26 augustus 2011
Premisse
Dit zal veel meer gelden voor de enkele christelijke lezer die op dit weblog struint. Of misschien juist ook helemaal niet. Misschien is het iets wat slechts een enkeling heeft, waaronder ik. Het viel me op toen één van de reageerders hier, de anonieme, de vraag schreef (en ik parafraseer) waarom ik tussen daoïsme en katholicisme de raakvlakken niet zocht of vond. Ik antwoordde in mijn hoofd direct met opmerkingen die de strekking 'het zou ketterij zijn!' niet ontliepen. Was ik strikter dan deze anonieme? Deze anonieme die hier op mijn weblog schreef dat hij de stellingname van het Vaticaan tegen homoseksualiteit begreep? Een stellingname die ik niet kan volgen.
Het viel me ook op toen ik een blogpost van mezelf herlas en daarna concludeerde dat ik intolerantie aan de dag legde. Waar maakte ik me nu in hemelsnaam druk over in verhouding tot Yvon Jaspers? Wat zou het me uit moeten maken? En wat weet ik er nu helemaal van?
Vandaag gebeurde het weer. Een collega vertelde hoe zijn vriendin een omen had gekregen. Oftewel een voorteken. En mijn allereerste gedachte, de gedachte die ik meteen onderdrukte, was: dat lijkt me stug. Het lijkt me stug dat God spreekt tot een atheïst. Nonsens in tweede instantie. Hoe weet ik nu tot wie God zou spreken en tot wie niet. Die God waarvan je kunt betwisten of Hij bestaat. Die God waarin ik met mijn hoofd niet geloof, maar die ik met mijn gevoel niet wil verloochenen. Al lukt het me niet meer tot Hem of wie dan ook in Zijn omgeving te bidden. En in de tussentijd geloof ik nog keihard dat deze God wel tot de ongelovige achter dit toetsenbord zou spreken, want Hij weet toch dat deze ongelovige teruggefloten dient te worden.
Ik ben walgelijk arrogant op dat vlak. Ik denk te kunnen voorspellen wie tot die God Zijn schare behoort en wie niet. Ook terwijl ik mezelf met elke kracht in mij buiten die schare probeer te positioneren. Ik ben een idioot dat ik denk te kunnen inschatten hoe het zou moeten behoren te zijn. Een idioot dat ik denk te kunnen inschatten hoe de werkelijkheid is.
Ik schaam mij. Ik heb iets meer begrip. Ik krabbel terug. Ik heb het mis.
Het viel me ook op toen ik een blogpost van mezelf herlas en daarna concludeerde dat ik intolerantie aan de dag legde. Waar maakte ik me nu in hemelsnaam druk over in verhouding tot Yvon Jaspers? Wat zou het me uit moeten maken? En wat weet ik er nu helemaal van?
Vandaag gebeurde het weer. Een collega vertelde hoe zijn vriendin een omen had gekregen. Oftewel een voorteken. En mijn allereerste gedachte, de gedachte die ik meteen onderdrukte, was: dat lijkt me stug. Het lijkt me stug dat God spreekt tot een atheïst. Nonsens in tweede instantie. Hoe weet ik nu tot wie God zou spreken en tot wie niet. Die God waarvan je kunt betwisten of Hij bestaat. Die God waarin ik met mijn hoofd niet geloof, maar die ik met mijn gevoel niet wil verloochenen. Al lukt het me niet meer tot Hem of wie dan ook in Zijn omgeving te bidden. En in de tussentijd geloof ik nog keihard dat deze God wel tot de ongelovige achter dit toetsenbord zou spreken, want Hij weet toch dat deze ongelovige teruggefloten dient te worden.
Ik ben walgelijk arrogant op dat vlak. Ik denk te kunnen voorspellen wie tot die God Zijn schare behoort en wie niet. Ook terwijl ik mezelf met elke kracht in mij buiten die schare probeer te positioneren. Ik ben een idioot dat ik denk te kunnen inschatten hoe het zou moeten behoren te zijn. Een idioot dat ik denk te kunnen inschatten hoe de werkelijkheid is.
Ik schaam mij. Ik heb iets meer begrip. Ik krabbel terug. Ik heb het mis.
10 juni 2011
God is Gek, een boekbespreking
In het kader van de Maand van de Spiritualiteit (november, en ik had er ook nog nooit van gehoord, terwijl ik er gevoelig voor ben) hebben dagblad Trouw, uitgeverij Ten Have en omroep KRO in 2009 aan Kluun de opdracht gegeven een essay te schrijven. Zoals hier al eens aangekaart: ik ben geen fan van Kluun. Ja, zul je zeggen, dat is omdat hij een notoire vreemdganger is die een doodzieke vrouw teleurstelt. Nou, antwoord ik dan, dat zou een mogelijkheid zijn, maar dat is 'm niet. Is het dan omdat hij zo onsympathiek en eigengeilerig is, vraag je dan. Dat waren Hemingway en Mailer ook, zou ik dan antwoorden, waarmee ik twee schrijvers noem waar Kluun in de verste verte niet mee kan concurreren. Want dat is waarom ik een broertje dood heb aan Kluun: hij schrijft als een natte krant.
Dan is deze boekbespreking eigenlijk al wel klaar. Flutschrijver = flutboek. 'Flut' is wel de benaming die je er aan kunt geven, maar ik wil er toch meer aandacht op vestigen. Kluun schrijft in God is Gek dat de schijn ontstaan is dat Nederland een land van atheïsten is. Dat viel mij laatst overigens ook op toen ik Een Goede Man slaat soms zijn Vrouw las van Joris Luyendijk. In dit boek uit 1998 beweert Joris stellig tegenover een Egyptische vriend dat de meerderheid van de Nederlanders atheïst is. Dat leek mij direct niet te kloppen. Waar had Joris uitgehangen?
Uit het door Kluun aangehaalde onderzoek God in Nederland 1996-2006 blijkt al dat de meerderheid van Nederland niet kerkelijk is maar wel gelooft. Dit geldt ook voor Kluun. Hij is in het essay zeer persoonlijk en vertelt over zijn ervaringen met spiritualiteit ten tijde van de dood van zijn vrouw. Gedurfd en irrelevant als argument voor zijn stelling. Want die stelling is: je wordt voor zot versleten als je er voor uitkomt gelovig te zijn. Een kleine elite van atheïsten dicteert dat gelovigheid achterlijkheid is. Kluun ondersteunt die stelling met het succes van Richard Dawkins en veel citaten van gelovigen én ongelovigen die een soort hatelijkheid herkennen bij verklaarde atheïsten.
Ik heb zelf bij eerdere gelegenheden op dit weblog, op een forum dat niet meer bestaat en op het weblog van een katholiek geschreven dat ik die ervaringen niet heb. Ik ben zelden voor zot versleten vanwege mijn geloof. Die keren dat het gebeurde werd dit gezegd door mensen die ik niet intelligent zou durven noemen en werd ik direct verdedigd door atheïsten die eisten dat ik in mijn waarde werd gelaten. Dit even tussendoor. Ik houd niet van de Calimero-rol die vaak aangenomen wordt. Gelovigen gebruiken vaak het excuus dat ze in een hoekje worden gedrukt wanneer ze (terecht of niet) ter verantwoording worden geroepen over hun ouderwets ogende leerstellingen. Je bent niet zielig!
Ik vind de stelling van Kluun geinig, maar niet verdedigbaar. Ik vind het essay heel vermakelijk omdat Kluun een goed gevoel voor humor heeft, veel mensen citeert die ik interessant vind en een bronnenlijst neerzet die ik heb geplunderd voor leesvoer. Daarnaast vond ik Kluun's inkijkje in zijn ietsisme heel interessant omdat ik weinig ietsisten ken en er daarom weinig kennis van heb. In een latere post kom ik hier nog op terug. Maar de kwaliteit van het schrijfwerk blijft des Kluuns.
Dit is een leuk boekje voor onderweg en voor die mensen die, net als Joris Luyendijk in 1998, denken dat we een land vergeven van de atheïsten zijn.
Dan is deze boekbespreking eigenlijk al wel klaar. Flutschrijver = flutboek. 'Flut' is wel de benaming die je er aan kunt geven, maar ik wil er toch meer aandacht op vestigen. Kluun schrijft in God is Gek dat de schijn ontstaan is dat Nederland een land van atheïsten is. Dat viel mij laatst overigens ook op toen ik Een Goede Man slaat soms zijn Vrouw las van Joris Luyendijk. In dit boek uit 1998 beweert Joris stellig tegenover een Egyptische vriend dat de meerderheid van de Nederlanders atheïst is. Dat leek mij direct niet te kloppen. Waar had Joris uitgehangen?
Uit het door Kluun aangehaalde onderzoek God in Nederland 1996-2006 blijkt al dat de meerderheid van Nederland niet kerkelijk is maar wel gelooft. Dit geldt ook voor Kluun. Hij is in het essay zeer persoonlijk en vertelt over zijn ervaringen met spiritualiteit ten tijde van de dood van zijn vrouw. Gedurfd en irrelevant als argument voor zijn stelling. Want die stelling is: je wordt voor zot versleten als je er voor uitkomt gelovig te zijn. Een kleine elite van atheïsten dicteert dat gelovigheid achterlijkheid is. Kluun ondersteunt die stelling met het succes van Richard Dawkins en veel citaten van gelovigen én ongelovigen die een soort hatelijkheid herkennen bij verklaarde atheïsten.
Ik heb zelf bij eerdere gelegenheden op dit weblog, op een forum dat niet meer bestaat en op het weblog van een katholiek geschreven dat ik die ervaringen niet heb. Ik ben zelden voor zot versleten vanwege mijn geloof. Die keren dat het gebeurde werd dit gezegd door mensen die ik niet intelligent zou durven noemen en werd ik direct verdedigd door atheïsten die eisten dat ik in mijn waarde werd gelaten. Dit even tussendoor. Ik houd niet van de Calimero-rol die vaak aangenomen wordt. Gelovigen gebruiken vaak het excuus dat ze in een hoekje worden gedrukt wanneer ze (terecht of niet) ter verantwoording worden geroepen over hun ouderwets ogende leerstellingen. Je bent niet zielig!
Ik vind de stelling van Kluun geinig, maar niet verdedigbaar. Ik vind het essay heel vermakelijk omdat Kluun een goed gevoel voor humor heeft, veel mensen citeert die ik interessant vind en een bronnenlijst neerzet die ik heb geplunderd voor leesvoer. Daarnaast vond ik Kluun's inkijkje in zijn ietsisme heel interessant omdat ik weinig ietsisten ken en er daarom weinig kennis van heb. In een latere post kom ik hier nog op terug. Maar de kwaliteit van het schrijfwerk blijft des Kluuns.
Dit is een leuk boekje voor onderweg en voor die mensen die, net als Joris Luyendijk in 1998, denken dat we een land vergeven van de atheïsten zijn.
29 maart 2011
Het aannemen van ideeën leidt niet tot verinnerlijking daarvan
"De ideeënwereld van het boeddhisme is voor ontkerstende westerlingen zeker aantrekkelijk omdat het een religie is zonder God en zonder zonde, zonder lichaamsverachtig, zonder hemel en hel. Het zenboeddhisme is een heel praktische en aardse vorm van religie, volledig gericht op het handelen, modern door zijn rationaliteit, aansprekend door zijn nadruk op beheerste spontaneïteit. Maar de praktijk van het boeddhisme kennen wij niet en die zal hier ook nooit wortel schieten. Het zijn dus ideeën die kunnen inspireren."- Oek de Jong
Je kunt in plaats van boeddhisme in deze tekst ook daoïsme lezen. De Jong heeft gelijk. Zie enkel maar de Boeddhistische Unie Nederland. Een vriendenkring die uitgroeide tot een politiek bolwerk. Waar mensen werden weggeduwd of de hemel in geprezen. Waar personen zich voordoen als goeroe maar niet verder kunnen komen dan imitatie van Aziaten en het lezen van boeken over boeddhisme. Ik ben sceptisch.
16 januari 2011
De Donkere Zijde van het Boeddhisme, een boekbespreking
Ik vond dit boek online en het sprak me aan omdat het boeddhisme me niet aanspreekt. In de leer van het boeddhisme (kort door de bocht: 'alles is lijden') herken ik niets. Zenboeddhisme beoordeelde ik iets positiever dan mahayana boeddhisme, maar dat bleek te komen omdat Chan boeddhisme (zen boeddhisme) een adaptatie van het daoïsme is. Daarnaast stoort het me dat het boeddhisme zo'n uitermate positief imago heeft bij mensen die het niet kennen, terwijl ik die positiviteit in de leer zelf helemaal niet terug zie. Ben ik nou zo achterdochtig of zijn de anderen naïef? Ook de Dalai Lama heb ik nog niet kunnen betrappen op diepzinnig goed advies.
Voordat ik De Donkere Zijde van het Boeddhisme kocht, heb ik eerst een ander boek van Koenraad Elst van de bibliotheek geleend. Dit om te testen of Elst niet zo zwaar Vlaams schrijft dat ik het niet meer goed kan volgen. Dat kom voor. Gelukkig schrijft Elst niet alleen heel standaard Nederlands, hij schrijft ook prikkelend, bondig en nuchter. Ik had De Moord op de Mahatma geleend van de bieb en hoewel de moord op Gandhi zich niet bijster op mijn belangstelling mag verheugen, heb ik het boek gemakkelijk uitgelezen. De moord, de politieke situatie van dat moment en de rol van Gandhi zaten anders in elkaar dan over het algemeen gedacht wordt. Niet dat de moord rechtmatig verklaard kan worden. Wat Elst doet is Gandhi's heligheid reduceren tot de menselijke rol die hij gehad heeft. En daar houd ik in ieder geval heel erg van.
Elst is geschoold in de Indiase en de Chinese cultuur. Je zou hem kunnen betichten van een lichte voorkeur voor het hindoeïme, in tegenstelling tot het boeddhisme, maar daar is hij te nuchter voor. Overigens blijkt zijn kennis van het onderwerp alleen al uit zijn benaming van het onderwerp. Hindoeïsme is een bedachte kulterm om alles te verzamelen wat in India aan godsdienst beleden wordt. De grootste groep zijn de Brahmanen en die betitelt Elst consequent bij hun eigen naam. Sommige boeken die godsdienst bekritiseren zijn overduidelijk geschreven door ex-belijders of anderszins door die godsdienst benadeelden. De zure lucht van hun gramschap dampt dan van de pagina's af. Dat is heerlijke lectuur; irrationeel bashen. Maar de boodschap van het boek kun je niet meer serieus nemen. Ergens had ik gehoopt dat Elst ook zo'n boek had geschreven. Een ellenlange litanie tegen de bewierrookte kaalkopjes van de Boeddha. Dat doet Elst niet. Hij is in flinke delen van het boek zeer positief over het boeddhisme. Zo zijn ze nooit een godsdienstoorlog gestart en doen ze niet aan zending. Stille meditatie is bewezen fysiek gezond en de Boeddha stelde verplicht dat nooit een dier geslacht zou worden voor een boeddhist (idealiter is dat dan ook nooit gebeurd).
Maar de Boeddha was wel een man van zijn tijd. Buitengewoon vrouwonvriendelijk, er niet toe te brengen om het kastesysteem te bestrijden. neerkijkend op de onaanraakbaren, zich de steun aanleunend van de rijken, zijn gezin in de steek latend, zijn monniken verbiedend te werken en de maatschappij verplichtend zijn naar persoonlijke verlichting zoekende orde te onderhouden.
Het boeddhisme heeft altijd de heersende klasse gesteund wanneer zij de boeddhisten steunden. Ze geloofden in de status quo want alles is lijden, dus waarom zou je iets aan de aardse hel willen veranderen? Het boeddhisme was escapisme. Om hun eigen voortbestaan te garanderen richten ze lijfeigenschap en slavernij in (met name in Tibet, dat is pas sinds de verovering door China slaafvrij) en hielpen ze indirecht om tegenstrevers te vermoorden. Nee, het boeddhisme heeft geen oorlog gevoerd, maar wel bloed aan de handen. En zoals elke religie heeft ook het boeddhisme de tand des tijds met behulp van vervormingen doorstaan. Elst diept het ene na het andere voorbeeld op van huidige praktijken die in strijd zijn met de leer van de Boeddha zelf. Religie is mensenwerk.
Naast het boeddhisme spreekt Elst ook over het daoÏsme, aangezien het Chan boeddhisme daarvan een afgeleide is. Hij geeft in zijn korte beschouwingen op die religie hele duidelijke antwoorden en verwerpt het new age-gebruik van daoïsme zoals dat hier in het westen plaatsvindt. Ik garandeer jullie dat ik uit dit boek zal citeren op deze site.
Is dit boek een aanrader? Ja. Maar wel viel me op, toen ik in een mijnenveld van spelfouten was beland, dat Elst geen redacteur leek te hebben. Ik ging op zoek naar het dankwoord dat de auteur meestal schrijft voor alle controleurs, meelezers en adviseurs en dat bleek er niet te zijn. Dit geeft me het gevoel dat Elst de tekst niet heeft laten lezen door collega's en dat de visie in het boek geen toetsing heeft gehad. Iets om bij het lezen in het achterhoofd te houden.
Voordat ik De Donkere Zijde van het Boeddhisme kocht, heb ik eerst een ander boek van Koenraad Elst van de bibliotheek geleend. Dit om te testen of Elst niet zo zwaar Vlaams schrijft dat ik het niet meer goed kan volgen. Dat kom voor. Gelukkig schrijft Elst niet alleen heel standaard Nederlands, hij schrijft ook prikkelend, bondig en nuchter. Ik had De Moord op de Mahatma geleend van de bieb en hoewel de moord op Gandhi zich niet bijster op mijn belangstelling mag verheugen, heb ik het boek gemakkelijk uitgelezen. De moord, de politieke situatie van dat moment en de rol van Gandhi zaten anders in elkaar dan over het algemeen gedacht wordt. Niet dat de moord rechtmatig verklaard kan worden. Wat Elst doet is Gandhi's heligheid reduceren tot de menselijke rol die hij gehad heeft. En daar houd ik in ieder geval heel erg van.
Elst is geschoold in de Indiase en de Chinese cultuur. Je zou hem kunnen betichten van een lichte voorkeur voor het hindoeïme, in tegenstelling tot het boeddhisme, maar daar is hij te nuchter voor. Overigens blijkt zijn kennis van het onderwerp alleen al uit zijn benaming van het onderwerp. Hindoeïsme is een bedachte kulterm om alles te verzamelen wat in India aan godsdienst beleden wordt. De grootste groep zijn de Brahmanen en die betitelt Elst consequent bij hun eigen naam. Sommige boeken die godsdienst bekritiseren zijn overduidelijk geschreven door ex-belijders of anderszins door die godsdienst benadeelden. De zure lucht van hun gramschap dampt dan van de pagina's af. Dat is heerlijke lectuur; irrationeel bashen. Maar de boodschap van het boek kun je niet meer serieus nemen. Ergens had ik gehoopt dat Elst ook zo'n boek had geschreven. Een ellenlange litanie tegen de bewierrookte kaalkopjes van de Boeddha. Dat doet Elst niet. Hij is in flinke delen van het boek zeer positief over het boeddhisme. Zo zijn ze nooit een godsdienstoorlog gestart en doen ze niet aan zending. Stille meditatie is bewezen fysiek gezond en de Boeddha stelde verplicht dat nooit een dier geslacht zou worden voor een boeddhist (idealiter is dat dan ook nooit gebeurd).
Maar de Boeddha was wel een man van zijn tijd. Buitengewoon vrouwonvriendelijk, er niet toe te brengen om het kastesysteem te bestrijden. neerkijkend op de onaanraakbaren, zich de steun aanleunend van de rijken, zijn gezin in de steek latend, zijn monniken verbiedend te werken en de maatschappij verplichtend zijn naar persoonlijke verlichting zoekende orde te onderhouden.
Het boeddhisme heeft altijd de heersende klasse gesteund wanneer zij de boeddhisten steunden. Ze geloofden in de status quo want alles is lijden, dus waarom zou je iets aan de aardse hel willen veranderen? Het boeddhisme was escapisme. Om hun eigen voortbestaan te garanderen richten ze lijfeigenschap en slavernij in (met name in Tibet, dat is pas sinds de verovering door China slaafvrij) en hielpen ze indirecht om tegenstrevers te vermoorden. Nee, het boeddhisme heeft geen oorlog gevoerd, maar wel bloed aan de handen. En zoals elke religie heeft ook het boeddhisme de tand des tijds met behulp van vervormingen doorstaan. Elst diept het ene na het andere voorbeeld op van huidige praktijken die in strijd zijn met de leer van de Boeddha zelf. Religie is mensenwerk.
Naast het boeddhisme spreekt Elst ook over het daoÏsme, aangezien het Chan boeddhisme daarvan een afgeleide is. Hij geeft in zijn korte beschouwingen op die religie hele duidelijke antwoorden en verwerpt het new age-gebruik van daoïsme zoals dat hier in het westen plaatsvindt. Ik garandeer jullie dat ik uit dit boek zal citeren op deze site.
Is dit boek een aanrader? Ja. Maar wel viel me op, toen ik in een mijnenveld van spelfouten was beland, dat Elst geen redacteur leek te hebben. Ik ging op zoek naar het dankwoord dat de auteur meestal schrijft voor alle controleurs, meelezers en adviseurs en dat bleek er niet te zijn. Dit geeft me het gevoel dat Elst de tekst niet heeft laten lezen door collega's en dat de visie in het boek geen toetsing heeft gehad. Iets om bij het lezen in het achterhoofd te houden.
21 november 2010
Polymorf theïsme
Hindoeïsme is over het algemeen polymorf theïsme: 'Er is geen andere god dan Vishnu, want alle andere goden is Hij ook.'
- Opgeschreven naar aanleiding van het boek De Moord op de Mahatma van Koenraad Elst. Ik begin steeds meer sympathie te krijgen voor het hindoeïsme. Laat ik daar apart eens over schrijven.
'Over het algemeen' hierboven omdat hindoeïsme in sommige gevallen toch echt polytheïstisch is en in veel andere gevallen atheïstisch. De hoofdstromingen, voor zover je dat kunt zeggen van de door beschouwers op één hoop gegooide honderden religies, geloven in één god in vele gedaanten.
- Opgeschreven naar aanleiding van het boek De Moord op de Mahatma van Koenraad Elst. Ik begin steeds meer sympathie te krijgen voor het hindoeïsme. Laat ik daar apart eens over schrijven.
'Over het algemeen' hierboven omdat hindoeïsme in sommige gevallen toch echt polytheïstisch is en in veel andere gevallen atheïstisch. De hoofdstromingen, voor zover je dat kunt zeggen van de door beschouwers op één hoop gegooide honderden religies, geloven in één god in vele gedaanten.
15 augustus 2010
Mijn broeders hoeder
Gelukkig kun je je vrienden kiezen. En gelukkig kun je je familie niet kiezen. Ik zou van de mijne allang afscheid hebben genomen en als gevolg daarvan nooit zo geïntrigeerd kunnen raken als ik nu ben. Ik heb een grote familie. Mijn moeder heeft zeven broers en zussen. Mijn vader heeft er negen. Op een enkele uitzondering na hebben al die broers en zussen zich ook weer voortgeplant. Als het niet zo onbeschaafd was zou ik een blog bij kunnen houden over mijn familie met al hun verwikkelingen en hun excentrieke trekjes. Niet dat ik de illusie heb de enige te zijn met vreemde familieleden.
Op dit moment is mijn vader furieus. Op zijn familie. Dat komt hoogst zelden voor. Van ons gezin is hij degene die het beste met zijn familie overweg kan. Een tante van mij is ongeneeslijk ziek. Omdat haar privacy meer waard is dan dit tekstje beperk ik me wat haar situatie betreft tot een uitdrukking: mijn tante doet een Sylvia Millecam. De eerste jaren van haar ziekte - als ik het me goed herinner is nu zo'n vier jaar bekend wat ze heeft - maakte ze er al geen geheim van dat ze op eigenzinnige wijze met haar situatie omging en daar zijn maar spaarzaam tegenreacties op geweest. Inmiddels is ze ernstig achteruit gegaan en lijdt het tot dramatische situaties. Allereerst is het zichtbaar en voel je medelijden of soms zelfs plaatsvervangende schaamte, daarnaast is het uiteraard onderwerp van gesprek en hebben tegenstrijdige signalen van haar kant geleid tot hulpweigering door anderen.
Zo omschreven klinkt het negatief vanuit mijn perspectief, laat ik daarom verduidelijken dat ik in deze situatie een relatieve buitenstaander ben. Ik heb mijn tante in de afgelopen vier jaar twee keer gezien en hoewel ik schrok van haar uiterlijk heb ik geen positie gehad om iets anders te bespreken dan gezellige keuvelonderwerpen. Ik ben niet degene die lijdt onder haar achteruitgang. Ze heeft wel een man, een moeder en haar broers en zussen, voor zover zij betrokken zijn bij haar situatie. Ik ken de exacte meningen niet, maar wat ik hoor klinkt naar verdriet en verbazing.
Het zit in mijn vaders karakter om hulp te geven als er om gevraagd wordt. Hij is zodoende betrokkene geworden. Hij merkt de staat van haar gezondheid en ziet wat ze nog wel kan en wat ze inmiddels niet meer kan. Dat alleen al doet hem zeer. Het wordt nog versterkt door het verdriet dat mijn oma bij hem ontlaadt. Mijn vader is fanatiek lezer van skepsis.nl, Simon Rozendaal en alles wat hij te pakken kan krijgen over voeding. Hij heeft mijn tante meermaals verteld over wat hij heeft gelezen en hij heeft in de wandelgangen met artsen gesproken over de algemene loop van de ziekte die ze heeft en de mogelijkheden die er zijn. Het is voor hem niet te begrijpen dat ze een andere weg kiest.
Onder mijn andere ooms en tantes leeft ook spanning en ondertussen heeft een aantal van hen gezegd niet meer elke minuut voor haar klaar te (kunnen) staan. Ik kan me herinneren dat er eerder een felle discussie heeft gewoed met mijn tante, voor zover ze er aan deel kon nemen, maar deze zomer is het weer raak. Mijn vader heeft haar een brief geschreven met het dringende verzoek naar een reguliere arts te gaan en met de geruststellende mededeling dat er iets aan haar conditie te doen is. Dat ze zich beter zal voelen. Mijn tante reageerde verbolgen. Het is haar keuze en die zou haar gelaten moeten worden. Ze hebben elkaar over de telefoon gesproken en dat moet een heftig gesprek zijn geweest want mijn vader is er nog steeds van onder de indruk. In de spanning van het moment heeft mijn vader zijn broers en zussen bij de discussie betrokken en hen een kopie gestuurd van de brief. De reacties waren niet zoals hij verwachtte. Door mijn vader samengevat luidden ze: "wij zijn liberaal en ze volgt haar eigen keuze." Dat mijn vader bakzeil haalde was natuurlijk al niet leuk, maar de uitleg was voor hem onbegrijpelijk en dat merkte ik toen hij zijn verhaal bij mij deed.
We komen, zoals jullie weten, uit een katholieke omgeving. Mijn moeder is ietwat traditioneler opgevoed en hoewel ze het zelf niet echt door schijnt te hebben is ze ook wat ritualistischer en in mijn ogen traditioneler katholiek. Ik hou zielsveel van haar. Ze is mijn grote voorbeeld. Mijn vaders ouders, mijn opa en oma uiteraard, waren wat rebelser en hun gezin is meer geseculariseerd dan dat van mijn moeders kant. Het zijn succesvolle mensen en hoewel ik ze amusant eigenaardig vind, erken ik ook direct dat ze moreel gewoon deugen. Hun liberale standpunt begrijp ik dan ook. Mijn vader is ook geen kerkelijk mens maar ik omschrijf hem dubbel en dwars als een AMB-er. Daar ben ik mee opgegroeid en zodoende raakte ik uiteraard vrijzinnig katholiek. De kritiek op de voormalige AMB glijdt dan ook van me af als snot van een kluisdeur. Ik kom uit een AMB-nest.
"Ja, líberaaal", snoof mijn vader in ons gesprek, "wordt dat er bij gesleept!" In zijn ogen is dit geen kwestie van verschil in filosofie. Mijn vaders loopbaan speelde zich af in de hulpverlening en hij was heel erg goed in zijn werk. Hij beschouwt zichzelf ook als liberaal, maar het komt in zijn moreel kader gewoon niet voor dat iemand het recht heeft zichzelf te gronde te richten. Zou hij dat wel gedacht hebben dan zou hij zijn werk niet hebben kunnen doen. Als je Genesis 4 aan mijn vader zou voorleggen dan zou hij de bijbeltekst weg hebben geschoven. Oud boek, niet relevant voor de discussie, en diskwalificerend, maar toen hij mij zijn verhaal vertelde was dat wel wat ik dacht: mijn vader is zijn broeders hoeder en geen enkele discussie had hem daar vanaf kunnen brengen omdat die houding in zijn systeem zit.
Het standpunt van mijn ooms en tantes is gerechtvaardigd. Mijn tante dient zelf te kunnen beslissen over haar leven. Mijn ooms en tantes houden van mijn tante en tonen haar dat door haar beslissing te respecteren. Mijn vader houdt van mijn tante en toont dat door de wil haar situatie te verbeteren. Mijn tante wijst het af en dat neemt mijn vaders vrees niet weg.
Ik heb naderhand gepeinsd over dat 'mijn broeders hoeder'. Ieder het recht geven zijn eigen leven in te richten is iemand de meest volledig mogelijke vrijheid gunnen en dus ethisch goed. Maar is het, vanuit een ander oogpunt bekeken, niet vaak zo dat mensen de volledige kennis niet hebben om een juiste beslissing te nemen? Hoe kan mijn tante in haar situatie alle voors en tegens hebben beoordeeld? Hoe weten wij de voors en tegens van reguliere versus alternatieve geneeskunde? Vroeger, in discussies over bijvoorbeeld euthanasie, verdedigde ik het kerkelijke standpunt dat de mens niet ten volle kan weten wat het beste is voor hem. Met het ultieme bewijs dat we voortdurend in dezelfde vallen trappen. Dat standpunt verdween toen ik het christendom vaarwel zei. Boven de mens geen hogere macht die onze beslissingen voor ons kan nemen, tenzij je de Tao heel strikt zou kunnen volgen, maar de Tao is zo duidelijk niet in zijn signalen. Nu, inmiddels, denk ik er weer over na. Er is geen hogere macht waar we ons op kunnen verlaten, maar dat neemt niet weg dat onze beslissingen gemankeerd zijn.
Groot respect voor mijn vaders niet aflatende zorg.
Op dit moment is mijn vader furieus. Op zijn familie. Dat komt hoogst zelden voor. Van ons gezin is hij degene die het beste met zijn familie overweg kan. Een tante van mij is ongeneeslijk ziek. Omdat haar privacy meer waard is dan dit tekstje beperk ik me wat haar situatie betreft tot een uitdrukking: mijn tante doet een Sylvia Millecam. De eerste jaren van haar ziekte - als ik het me goed herinner is nu zo'n vier jaar bekend wat ze heeft - maakte ze er al geen geheim van dat ze op eigenzinnige wijze met haar situatie omging en daar zijn maar spaarzaam tegenreacties op geweest. Inmiddels is ze ernstig achteruit gegaan en lijdt het tot dramatische situaties. Allereerst is het zichtbaar en voel je medelijden of soms zelfs plaatsvervangende schaamte, daarnaast is het uiteraard onderwerp van gesprek en hebben tegenstrijdige signalen van haar kant geleid tot hulpweigering door anderen.
Zo omschreven klinkt het negatief vanuit mijn perspectief, laat ik daarom verduidelijken dat ik in deze situatie een relatieve buitenstaander ben. Ik heb mijn tante in de afgelopen vier jaar twee keer gezien en hoewel ik schrok van haar uiterlijk heb ik geen positie gehad om iets anders te bespreken dan gezellige keuvelonderwerpen. Ik ben niet degene die lijdt onder haar achteruitgang. Ze heeft wel een man, een moeder en haar broers en zussen, voor zover zij betrokken zijn bij haar situatie. Ik ken de exacte meningen niet, maar wat ik hoor klinkt naar verdriet en verbazing.
Het zit in mijn vaders karakter om hulp te geven als er om gevraagd wordt. Hij is zodoende betrokkene geworden. Hij merkt de staat van haar gezondheid en ziet wat ze nog wel kan en wat ze inmiddels niet meer kan. Dat alleen al doet hem zeer. Het wordt nog versterkt door het verdriet dat mijn oma bij hem ontlaadt. Mijn vader is fanatiek lezer van skepsis.nl, Simon Rozendaal en alles wat hij te pakken kan krijgen over voeding. Hij heeft mijn tante meermaals verteld over wat hij heeft gelezen en hij heeft in de wandelgangen met artsen gesproken over de algemene loop van de ziekte die ze heeft en de mogelijkheden die er zijn. Het is voor hem niet te begrijpen dat ze een andere weg kiest.
Onder mijn andere ooms en tantes leeft ook spanning en ondertussen heeft een aantal van hen gezegd niet meer elke minuut voor haar klaar te (kunnen) staan. Ik kan me herinneren dat er eerder een felle discussie heeft gewoed met mijn tante, voor zover ze er aan deel kon nemen, maar deze zomer is het weer raak. Mijn vader heeft haar een brief geschreven met het dringende verzoek naar een reguliere arts te gaan en met de geruststellende mededeling dat er iets aan haar conditie te doen is. Dat ze zich beter zal voelen. Mijn tante reageerde verbolgen. Het is haar keuze en die zou haar gelaten moeten worden. Ze hebben elkaar over de telefoon gesproken en dat moet een heftig gesprek zijn geweest want mijn vader is er nog steeds van onder de indruk. In de spanning van het moment heeft mijn vader zijn broers en zussen bij de discussie betrokken en hen een kopie gestuurd van de brief. De reacties waren niet zoals hij verwachtte. Door mijn vader samengevat luidden ze: "wij zijn liberaal en ze volgt haar eigen keuze." Dat mijn vader bakzeil haalde was natuurlijk al niet leuk, maar de uitleg was voor hem onbegrijpelijk en dat merkte ik toen hij zijn verhaal bij mij deed.
We komen, zoals jullie weten, uit een katholieke omgeving. Mijn moeder is ietwat traditioneler opgevoed en hoewel ze het zelf niet echt door schijnt te hebben is ze ook wat ritualistischer en in mijn ogen traditioneler katholiek. Ik hou zielsveel van haar. Ze is mijn grote voorbeeld. Mijn vaders ouders, mijn opa en oma uiteraard, waren wat rebelser en hun gezin is meer geseculariseerd dan dat van mijn moeders kant. Het zijn succesvolle mensen en hoewel ik ze amusant eigenaardig vind, erken ik ook direct dat ze moreel gewoon deugen. Hun liberale standpunt begrijp ik dan ook. Mijn vader is ook geen kerkelijk mens maar ik omschrijf hem dubbel en dwars als een AMB-er. Daar ben ik mee opgegroeid en zodoende raakte ik uiteraard vrijzinnig katholiek. De kritiek op de voormalige AMB glijdt dan ook van me af als snot van een kluisdeur. Ik kom uit een AMB-nest.
"Ja, líberaaal", snoof mijn vader in ons gesprek, "wordt dat er bij gesleept!" In zijn ogen is dit geen kwestie van verschil in filosofie. Mijn vaders loopbaan speelde zich af in de hulpverlening en hij was heel erg goed in zijn werk. Hij beschouwt zichzelf ook als liberaal, maar het komt in zijn moreel kader gewoon niet voor dat iemand het recht heeft zichzelf te gronde te richten. Zou hij dat wel gedacht hebben dan zou hij zijn werk niet hebben kunnen doen. Als je Genesis 4 aan mijn vader zou voorleggen dan zou hij de bijbeltekst weg hebben geschoven. Oud boek, niet relevant voor de discussie, en diskwalificerend, maar toen hij mij zijn verhaal vertelde was dat wel wat ik dacht: mijn vader is zijn broeders hoeder en geen enkele discussie had hem daar vanaf kunnen brengen omdat die houding in zijn systeem zit.
Het standpunt van mijn ooms en tantes is gerechtvaardigd. Mijn tante dient zelf te kunnen beslissen over haar leven. Mijn ooms en tantes houden van mijn tante en tonen haar dat door haar beslissing te respecteren. Mijn vader houdt van mijn tante en toont dat door de wil haar situatie te verbeteren. Mijn tante wijst het af en dat neemt mijn vaders vrees niet weg.
Ik heb naderhand gepeinsd over dat 'mijn broeders hoeder'. Ieder het recht geven zijn eigen leven in te richten is iemand de meest volledig mogelijke vrijheid gunnen en dus ethisch goed. Maar is het, vanuit een ander oogpunt bekeken, niet vaak zo dat mensen de volledige kennis niet hebben om een juiste beslissing te nemen? Hoe kan mijn tante in haar situatie alle voors en tegens hebben beoordeeld? Hoe weten wij de voors en tegens van reguliere versus alternatieve geneeskunde? Vroeger, in discussies over bijvoorbeeld euthanasie, verdedigde ik het kerkelijke standpunt dat de mens niet ten volle kan weten wat het beste is voor hem. Met het ultieme bewijs dat we voortdurend in dezelfde vallen trappen. Dat standpunt verdween toen ik het christendom vaarwel zei. Boven de mens geen hogere macht die onze beslissingen voor ons kan nemen, tenzij je de Tao heel strikt zou kunnen volgen, maar de Tao is zo duidelijk niet in zijn signalen. Nu, inmiddels, denk ik er weer over na. Er is geen hogere macht waar we ons op kunnen verlaten, maar dat neemt niet weg dat onze beslissingen gemankeerd zijn.
Groot respect voor mijn vaders niet aflatende zorg.
31 juli 2010
Jezus is projectie
Nee, ik zweer het: dit zal mijn laatste post zijn over Jezus. Ik moet nog even één punt aanstippen en dan ben ik klaar met de door onze collectieve emotie tot stand gebrachte heiland.
"Jezus was een echte rebel", zei Jan Wolkers in een interview door Ciska Dresselhuys. "De eerste die tegen de gevestigde orde in opstand kwam."
"Jezus was de eerste feminist", zegt Jane Fonda in een interview door Antonio Monda. Nu kwam Jezus (in ieder geval boek-Jezus) wel in opstand, maar maakt elke vorm van opstand de opstandige een rebel?
En waar dat feminisme er bij Jezus in zou zitten, daar heb ik echt geen idee van. Zijn eis dat een man bij het scheiden van zijn vrouw een scheidbrief aan haar af zou geven, verbeterde de rechtspositie van de vrouw, maar of hij over het geheel genomen verbetering van de positie van vrouwen wilde, kan ik nergens achterhalen.
Jezus heeft veel gemeen met andere religieuze kopstukken. De populaire boeken die opvallend gemakkelijk parallellen weten te leggen tussen Jezus en Boeddha, of Lao Zi, of Rabbi Hillel, of Mohammad, of Krishna, bewijzen dat de centrale vragen heel eensluidend antwoord krijgen. En dan vooral de vraag 'hoe doe ik het juist?' met het bij allen luidende antwoord: 'wat jij niet wilt dat jou geschiedt...'
Zoals over de Boeddha, Krishna, Lao Zi en Mohammad twijfels zijn of ze wel echt bestaan hebben, zo zijn die er ook over Jezus (ik ben geen origineel denker, ik voel alleen zo af en toe aan mijn water dat iets wel heel goed mogelijk is). Het zijn schimmige personages en een deel van hun succes komt van het gemak waarmee hen een etiket opgeplakt kan worden. Omdat hun identiteit niet vastligt, krijgen ze van de individuele volgeling een identiteit die de volgeling op dat moment nodig heeft. Wolkers heeft het nodig dat Jezus een rebel was. Want non-conformisme is voor Wolkers belangrijk. Fonda heeft het nodig dat Jezus een feminist was. Fonda heeft op latere leeftijd haar rechten geclaimd en wil ze ook voor andere vrouwen.
Toen ik christelijk was, vond ik Jezus een hufter. Want ik gedij op de interpretatie dat de wereld sarcastisch is; een vuile grijns toont als we ons tegen de grillen stoten. Overigens vind ik Jezus nog steeds een lul, maar dat komt omdat ik nog steeds op sarcasme leef, terwijl ik het christendom niet meer aanhang. Ik kende jongeren voor wie Jezus een warme vriend was (dat is het laatste wat in mijn hoofd op zou komen). Ex-verslaafden voor wie Jezus een buddy was en zwaargelovigen voor wie Jezus een wreker was. Dit geldt net zo goed voor de Boeddha: een goedzak, een venijnige grapjas, een onverschillige of de drager van je last wanneer de weg te zwaar is. We maken van deze mythische figuren wat we nodig hebben. Zoals we dat ook doen met God. Het helpt ons, het is niet tegen te gaan, dus waarom zouden we het bestrijden?
Het enige wel kwalijke is afkomstig van de projecterenden die een monocultuur willen. Zij zeggen dat alleen hun beeld klopt en zijn bereid ver te gaan om je van hun beeld te overtuigen. Maar als er iets zeker is dan is dat dat hun Jezus, die van mij en die van de anderen, die projecties van ons, die Jezus, in ieder geval nooit bestaan heeft. Daar zijn we echt zeker van. We kunnen alleen dat fundamenteel aanhouden.
"Jezus was een echte rebel", zei Jan Wolkers in een interview door Ciska Dresselhuys. "De eerste die tegen de gevestigde orde in opstand kwam."
"Jezus was de eerste feminist", zegt Jane Fonda in een interview door Antonio Monda. Nu kwam Jezus (in ieder geval boek-Jezus) wel in opstand, maar maakt elke vorm van opstand de opstandige een rebel?
En waar dat feminisme er bij Jezus in zou zitten, daar heb ik echt geen idee van. Zijn eis dat een man bij het scheiden van zijn vrouw een scheidbrief aan haar af zou geven, verbeterde de rechtspositie van de vrouw, maar of hij over het geheel genomen verbetering van de positie van vrouwen wilde, kan ik nergens achterhalen.
Jezus heeft veel gemeen met andere religieuze kopstukken. De populaire boeken die opvallend gemakkelijk parallellen weten te leggen tussen Jezus en Boeddha, of Lao Zi, of Rabbi Hillel, of Mohammad, of Krishna, bewijzen dat de centrale vragen heel eensluidend antwoord krijgen. En dan vooral de vraag 'hoe doe ik het juist?' met het bij allen luidende antwoord: 'wat jij niet wilt dat jou geschiedt...'
Zoals over de Boeddha, Krishna, Lao Zi en Mohammad twijfels zijn of ze wel echt bestaan hebben, zo zijn die er ook over Jezus (ik ben geen origineel denker, ik voel alleen zo af en toe aan mijn water dat iets wel heel goed mogelijk is). Het zijn schimmige personages en een deel van hun succes komt van het gemak waarmee hen een etiket opgeplakt kan worden. Omdat hun identiteit niet vastligt, krijgen ze van de individuele volgeling een identiteit die de volgeling op dat moment nodig heeft. Wolkers heeft het nodig dat Jezus een rebel was. Want non-conformisme is voor Wolkers belangrijk. Fonda heeft het nodig dat Jezus een feminist was. Fonda heeft op latere leeftijd haar rechten geclaimd en wil ze ook voor andere vrouwen.
Toen ik christelijk was, vond ik Jezus een hufter. Want ik gedij op de interpretatie dat de wereld sarcastisch is; een vuile grijns toont als we ons tegen de grillen stoten. Overigens vind ik Jezus nog steeds een lul, maar dat komt omdat ik nog steeds op sarcasme leef, terwijl ik het christendom niet meer aanhang. Ik kende jongeren voor wie Jezus een warme vriend was (dat is het laatste wat in mijn hoofd op zou komen). Ex-verslaafden voor wie Jezus een buddy was en zwaargelovigen voor wie Jezus een wreker was. Dit geldt net zo goed voor de Boeddha: een goedzak, een venijnige grapjas, een onverschillige of de drager van je last wanneer de weg te zwaar is. We maken van deze mythische figuren wat we nodig hebben. Zoals we dat ook doen met God. Het helpt ons, het is niet tegen te gaan, dus waarom zouden we het bestrijden?
Het enige wel kwalijke is afkomstig van de projecterenden die een monocultuur willen. Zij zeggen dat alleen hun beeld klopt en zijn bereid ver te gaan om je van hun beeld te overtuigen. Maar als er iets zeker is dan is dat dat hun Jezus, die van mij en die van de anderen, die projecties van ons, die Jezus, in ieder geval nooit bestaan heeft. Daar zijn we echt zeker van. We kunnen alleen dat fundamenteel aanhouden.
18 juli 2010
Hij zou toch boos kunnen raken
"Maar geloof je in God?"
"Ik weet het niet. Ik zou geneigd zijn om nee te zeggen als ik niet zo bang was voor Zijn reactie."
- Nathan Englanders antwoord op de vraag van Antonio Monda in Ongeloof.
24 mei 2010
Galileo
Ach, ik ben toch al oud spul aan het posten. Via Facebook kwam ik aan een filmpje van een speech van Stephen Fry waarin hij zijn bezwaren tegenover de katholieke kerk uitlegt. Dat doet hij goed. Zeer eloquente man. Even tussendoor heeft hij het over de ban van Galileo. Daar baal ik iedere keer van: de mythe dat Galileo in isolement zou zijn gezet omdat hij het wereldbeeld veranderde. De oorzaak van de kerkelijke isolatie lag helemaal niet bij de wetenschap. Ik begrijp wel dat het cool klinkt, maar het was gewoon een machtsstrijd tussen mecenas en infuusontvanger. Urbanus VIII ondersteunde Galileo financieel en Galileo vond het onderdanige karakter, welke zo'n relatie tussen beschermheer en beschermeling altijd heeft, erg onprettig.
Ik heb jaren geleden een tekst op Het Forum neergezet die ik niet zelf heb geschreven. Ja, de tekst is afkomstig van catholic.com en niet van een onafhankelijke derde, maar in tegenstelling tot de schijn die dezer dagen gewerkt wordt van de leugenachtige houding van de kerk, word er ook vaak historisch juiste informatie gegeven. Ik plaats de tekst nu hier, want hier is het beter terugvindbaar dan op een forum.
Afkomstig van http://www.catholic.com/library/Galileo_Controversy.asp
(oh ja, de toon van 'wij worden in de hoek gedrukt door mensen die ons haten, zogenoemde anti-katholieken' zit er wel in. Lees er overheen svp. Vertrouw me dat de tekst goed is)
---------------------------
Algemeen wordt aangenomen dat de Katholieke Kerk Galileo vervolgde vanwege zijn verlaten van de geocentrische (aarde als middelpunt) kijk op het zonnestelsel ten gunste van het heliocentrisch (zon als middelpunt) model.
De Galileo zaak wordt, door vele anti-Katholieken, geacht te bewijzen dat de Kerk de wetenschap verafschuwt, weigert om verouderde leeruitspraken te verwerpen en niet onfeilbaar is. Dit traktaat biedt een korte uiteenzetting over wat er werkelijk gebeurde met Galileo.
Antiwetenschappelijk?
De Kerk is niet antiwetenschappelijk. Zij heeft wetenschappelijk onderzoek eeuwenlang ondersteund. In Galileo’s tijd beschikten de Jezuïeten over een hoog gerespecteerde groep astronomen en wetenschappers in Rome. Bovendien ontvingen veel aanzienlijke wetenschappers aanmoediging en ondersteuning van de Kerk en van individuele kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Veel van de wetenschappelijke vooruitgang gedurende deze periode werd ofwel bewerkstelligd door de clerus of was het gevolg van kerkelijke ondersteuning.
Nicolaus Copernicus droeg zijn meest beroemde werk, “The Revolution Of The Celestial Spheres”, waarin hij een uitstekende beschrijving gaf van de heliocentriciteit, op aan paus Paulus III. Copernicus vertrouwde dit werk toe aan Andreas Osiander, een Lutheraanse dominee die wist, dat de protestantse reactie negatief zou zijn, aangezien Maarten Luther de nieuwe theorie veroordeeld had, en, als resultaat, het boek veroordeeld zou worden. Osiander schreef een voorwoord in het boek, waarin heliocentrisme (zon als middelpunt) slechts gepresenteerd werd als een theorie die de bewegingen van de planeten eenvoudiger zou verklaren dan de geocentrisme theorie (aarde als middelpunt) deed – wat overigens niet Copernicus intentie was.
Tien jaar eerder dan Galileo, publiceerde Johannes Kepler een heliocentrisch werk dat voortborduurde op Copernicus’ werk. Het resultaat was, dat Kepler ook oppositie ondervond onder zijn collega-protestanten vanwege zijn heliocentrische kijk en een welkome ontvangst kreeg onder sommige Jezuïeten die bekend waren vanwege hun wetenschappelijke prestaties.
Hangend aan traditie?
Anti-katholieken halen vaak de Galileo-zaak aan als een voorbeeld van de weigering van de Kerk om gedateerde of incorrecte leerstellingen te verlaten en de hang aan een “traditie”. Ze realiseren zich niet, dat de rechters die de Galileo-zaak behandelden niet de enige mensen waren die een geocentrische kijk op het universum hadden. Het was ook de gevestigde visie onder wetenschappers in die tijd.
Eeuwen eerder had Aristoteles het heliocentrisme weerlegd en in Galileo’s tijd onderschreef bijna elke wetenschapper deze geocentrische kijk. Copernicus zag gedurende enige tijd af van het publiceren van zijn heliocentrische kijk, niet uit angst voor censuur van de kerk, maar uit angst om belachelijk te worden gemaakt door zijn collega’s.
Ten onrechte geloven veel mensen dat Galileo heliocentriciteit bewees. Hij kon echter geen antwoord geven op het sterkste tegenargument dat bijna tweeduizend jaar eerder kwam van Aristoteles: Als heliocentrisme waar zou zijn, dan zouden er waarneembare parallelle veranderingen in de positie van de sterren moeten zijn, aangezien de aarde bewoog in haar baan om de zon.
Echter, gegeven de stand van de technologie in Galileo’s tijd, kon geen van zulke veranderingen in deze posities worden waargenomen. Het zou meer gevoelige meetinstrumenten vereisen dan voorhanden waren in Galileo’s tijd om het bestaan van deze veranderingen aan te tonen vanwege de grote afstand van de sterren. Tot dan suggereerde het beschikbare bewijsmateriaal dat de sterren waren gefixeerd op hun posities in relatie tot de aarde en, daarom, dat de aarde en de sterren niet bewogen in de ruimte, maar dat alleen de ster, maan en planeten dat deden.
Aldus slaagde Galileo er niet in de theorie te bewijzen vanwege de Aristoteliaanse stand van de wetenschap in zijn tijd.
In zijn “brief aan de Groothertogin Christina” en ook in andere documenten, beweerde Galileo dat de theorie van Copernicus behoefte had aan een “verstandelijke bewijsvoering” volgens de Aristoteliaanse wetenschap, maar de meesten wisten dat zulke bewijsvoering niet vlug op handen was. De meeste astronomen waren in die tijd niet overtuigd van de grote afstand van de sterren die de Copernicaanse theorie vereiste om de afwezigheid van waarneembare parallelle bewegingen te verklaren.
Galileo zou heliocentriciteit vrijuit hebben kunnen voorstellen als een theorie of een methode tegenover een meer eenvoudige verklaring voor de beweging van de planeten. Zijn probleem ontstond pas toen hij ophield met het als een wetenschappelijke theorie voor te stellen en het als een waarheid begon te proclameren ofschoon er geen sluitend bewijs daarvan bestond in die tijd. Maar zelfs dan nog, zou Galileo niet in zoveel problemen zijn geraakt, als hij ervoor gekozen had om binnen het “rijk der wetenschap” en buiten het “rijk der theologie” te blijven. Maar, ondanks de waarschuwingen van zijn vrienden, stond hij er op om het debat naar theologische gronden te verplaatsen.
In 1614 voelde Galileo zich genoodzaakt om te antwoorden op de beschuldiging, dat deze “nieuwe wetenschap” in strijd was met bepaalde passages uit de Schrift. Zijn tegenstanders wezen op Bijbelpassages met uitspraken als “En de zon stond stil en de maan bleef staan,
terwijl het volk zijn vijand afstrafte”(Jozua 10:13). Dit is geen geïsoleerde gebeurtenis. De Psalmen 93 en 104 en Prediker 1:5 spreken eveneens over bewegende hemellichamen en aardse stabiliteit. Een letterlijke lezing van deze passages zou verlaten moeten worden als de heliocentrische visie aanvaard zou worden. Toch zou dit geen probleem hoeven te veroorzaken. Zoals Augustinus het duidde: “Men zou niét in het Evangelie moeten lezen dat de Heer zei: “Ik zal jullie een bemiddelaar sturen die jullie zal onderwijzen in de loop van de zon en de maan”. Want Zijn wil was om Christenen van hen te maken en niet wiskundigen. Augustinus’ voorbeeld volgend werd Galileo aangespoord tot voorzichtigheid om deze Bijbelse verklaringen niet te letterlijk te nemen.
Ongelukkigerwijs zijn er door de kerkgeschiedenis heen degenen geweest die er op stonden de Bijbel meer letterlijk ten nemen dan de intentie is. Zij slagen er niet in voorbeelden te waarderen, waarin de Schrift gebruik maakt van wat “fenomenologische” taal wordt genoemd, wat wil zeggen de taal van de uiterlijke verschijnselen. Net zoals we vandaag spreken over de opkomende en ondergaande zon om dag en nacht aan te duiden, eerder dan het draaien van de aarde, deed men dat ook in de Oudheid. Vanuit een aardgebonden perspectief, lijkt het alsof de zon opkomt en lijkt het alsof ze ondergaat en de aarde lijkt onbeweeglijk te zijn. Als we deze dingen beschrijven volgens hun verschijningsvormen, dan gebruiken we een fenomenologische taal.
De fenomenologische taal betreffende het bewegen van de hemellichamen en het niet-bewegen van de aarde is vanzelfsprekend voor ons vandaag de dag, maar dat was minder het geval in voorgaande eeuwen. Schriftgeleerden uit het verleden waren bereid om te overwegen of bepaalde verklaringen letterlijk of fenomenologisch beschouwd moesten worden, maar ze hielden er niet van als een niet-Schriftgeleerde, zoals Galileo, hun vertelde, dat de woorden uit de heilige Schrift op een bepaalde manier moesten worden verstaan.
Gedurende deze periode was persoonlijke interpretatie van de Schrift een gevoelig onderwerp. In het begin van de 17e eeuw had de Kerk juist de reformatie achter de rug en een van de belangrijkste twisten met de protestanten ging over de individuele interpretatie van de Bijbel.
Theologen waren er niet op voorbereid zich te onderhouden over de heliocentrische theorie gebaseerd op de interpretatie van een leek. Toch stond Galileo er op om het debat te verplaatsen naar het theologische discours. Er bestaat weinig twijfel over dat, indien Galileo de discussie had gehouden binnen de geaccepteerde grenzen van de astronomie (i.e. voorspellen van planetaire bewegingen) en geen fysieke waarheid voor de heliocentrische theorie had geclaimed, de zaak niet geëscaleerd zou zijn. Tenslotte had hij de nieuwe theorie niet boven een redelijke twijfel bewezen.
Galileo “confronteert” Rome.
Galileo kwam naar Rome voor een ontmoeting met paus Paulus V (1605-1621). De paus, moe van geschillen, droeg de zaak over aan het Heilig Office dat besloot tot een veroordeling van Galileo’s theorie in 1616. Er keerde een relatieve rust weer voor een bepaalde tijd, totdat Galileo een andere confrontatie forceerde.
Op Galileo’s verzoek, vaardigde kardinaal Robert Bellamine, een Jezuïet en een van de belangrijkste katholieke theologen van die tijd, een certificaat uit waarin, ofschoon het Galileo verbood de heliocentrische visie te verdedigen, het hem niet verbood om het te betwijfelen.
Toen Galileo de nieuwe paus, Urbanus VIII, ontmoette in 1623, ontving hij toestemming van zijn vriend van weleer om een werk te schrijven over heliocentrisme, maar de nieuwe paus waarschuwde hem om zijn visie niet te verdedigen, maar alleen argumenten te presenteren die voor- en tegen pleiten. Toen Galileo de “Dialogue on the Two World Systems” schreef, gebruikte hij een argument dat de paus had aangeboden en liet dit uit de mond komen van het personage “Simplicio” in zijn boek. Galileo stak, misschien onbewust, de draak met de paus wat alleen maar desastreuze gevolgen kon hebben. Urbanus voelde zich bespot en kon niet geloven hoe zijn vriend hem publiekelijk te schande maakte. Galileo had de draak gestoken met juíst de persoon die hij nodig had als weldoener. Ook vervreemdde hij zich van zijn langdurige ondersteuners, de Jezuïeten, met aanvallen op een van hun astronomen. Het resultaat was het eerloze proces, dat nog steeds geldt als de definitieve scheiding tussen wetenschap en religie.
Gemarteld vanwege zijn geloof?
Uiteindelijk heeft Galileo zijn heliocentrische leer herroepen, maar het was niet, zoals gewoonlijk wordt gesuggereerd, onder dwang of na een hardvochtige gevangenschap. Galileo werd juist opvallend goed behandeld. Zoals geschiedkundige Giorgio de Santilliana, die niet bijzonder innig was met de Katholieke Kerk, opmerkte: “We moeten tenminste bewondering hebben voor de omzichtigheid en angstvalligheid van de Roomsche autoriteiten”. Galileo werd elke mogelijke vorm van gerief aangeboden om de gevangenschap in zijn eigen huis draagbaar te maken.
Galileo’s vriend Nicoline, Toscaans ambassadeur van het Vaticaan, stuurde regelmatig rapporten naar de rechtbank betreffende kwesties in Rome. Veel van deze correspondentie betroffen de voortslepende controverse rondom Galileo.
Nicolini openbaarde de omstandigheden over Galileo’s “hechtenis” toen hij aan de Toscaanse koning rapporteerde: “Hij heeft een bediende en elk gerief”(brief van 16 april); en: “Met betrekking tot de persoon van Galileo: Hij zal enige tijd in hechtenis moeten zijn omdat hij ongehoorzaam was aan de orders van 1616, maar de paus zegt dat na de publicatie van het vonnis hij met mij zal overleggen over wat gedaan kan worden om hem zo weinig mogelijk te kwellen” (brief, 18 juni).
Indien Galileo gemarteld was dan zou Nicolini dat gerapporteerd hebben aan zijn koning. Hoewel er martelwerktuigen aanwezig kunnen zijn geweest tijdens Galileo’s herroeping (dit was gebruikelijk in het rechtssysteem in Europa op dat moment), ze zijn beslist niet gebruikt.
De verslagen tonen aan dat Galileo niet gemarteld kon zijn vanwege de voorschriften die vastlagen in “The directory for Inquisitors” (Nicholas Eymeric, 1595). Dit was de officiële handleiding van het Heilig Office, het kerkorgaan dat was belast met deze zaken, en dat volgens de letter werd nageleefd.
Zoals de erkende wetenschapper en filosoof Alfred North Whitehead opmerkte, in een eeuw die een groot aantal “heksen” kende die werden onderworpen aan marteling en executie door protestanten in New England, was “het ergste dat gebeurde met de wetenschappers, dat Galileo een eervolle gevangenschap en een milde berisping onderging”. En dan nog, de Katholieke Kerk erkent vandaag de dag dat Galileo’s veroordeling fout was. Het Vaticaan heeft zelfs twee postzegels van Galileo uitgegeven als een spijtbetuiging voor zijn onterechte behandeling.
Onfeilbaarheid
Ofschoon drie van de tien kardinalen die Galileo veroordeelden, weigerden om het vonnis te ondertekenen, werden zijn werken uiteindelijk veroordeeld. Anti-Katholieken voeren vaak aan, dat zijn veroordeling en latere rehabilitatie de doctrine van de pauselijke onfeilbaarheid weerleggen, maar dit is niet het geval, want de paus heeft nooit een onfeilbaarheidsuitspraak gedaan aangaande Galileo’s standpunten.
De Kerk heeft in gewone rechtszaken, zoals betreffende Galileo, nooit de onfeilbaarheidsleer toegepast. Kerkelijke rechtszaken hebben slechts disciplinaire en juridische autoriteit; noch deze, noch hun besluiten zijn onfeilbaar.
Geen oecumenisch concilie kwam bijeen betreffende Galileo en de paus was niet direct betrokken bij de discussies die werden afgehandeld door het Heilig Office. Toen het Heilig Office haar werkzaamheden beëindigde, ondertekende Urbanus VIII het vonnis, maar deed geen poging om onfeilbaarheid te bewerkstelligen.
Aan drie vereisten moet door de paus worden voldaan om het charisma van zijn onfeilbaarheid te kunnen toepassen: 1. Hij moet spreken in zijn hoedanigheid als de opvolger van Petrus; 2. Hij moet spreken in een zaak van geloof of moraal; én 3: hij moet plechtig verklaren dat het dogma alle gelovigen aangaat.
In Galileo’s zaak waren de tweede en derde conditie niet aan de orde en mogelijk zelfs de eerste niet. De Katholieke theologie heeft nooit aangenomen dat louter een pauselijke ratificatie van een rechterlijk vonnis een uitoefening van zijn onfeilbaarheid is. Het is een nietszeggend argument om de Katholieke Kerk voor te stellen als zou ze onfeilbaarheid hebben toegepast op een wetenschappelijke theorie die later onjuist bleek. De sterkste aanspraak die kan worden gemaakt is, dat de Kerk van Galileo’s dagen een niet-onfeilbare disciplinaire maatregel nam aangaande een wetenschapper die een nieuwe en nog onbewezen theorie verdedigde en van de Kerk eiste dat ze haar verstaan van de Schrift veranderde om aan te sluiten bij de zijne.
Het is een goede zaak dat de Kerk zich niet spoedde om Galileo’s standpunten te omhelzen, omdat uiteindelijk bleek dat zijn ideeën evenmin volledig correct waren. Galileo geloofde dat de zon niet alleen het gefixeerde centrum van het zonnestelsel was maar tevens het gefixeerde centrum van het heelal. We weten nu dat de zon niet het centrum van het heelal is en dat ze wél beweegt: ze beweegt om het centrum van het heelal in plaats van om de aarde.
Zoals meer recente wetenschap aantoont, hadden zowel Galileo én zijn tegenstanders gedeeltelijk gelijk en zaten ze gedeeltelijk fout. Galileo had gelijk in zijn aanname dat de aarde beweegt en hij zat fout in zijn aanname dat de zon onbeweeglijk is. Zijn tegenstanders hadden gelijk in de aanname dat de zon beweegt en zaten fout in de aanname dat de aarde onbeweeglijk is.
Zou de Katholieke Kerk met spoed Galileo’s standpunten hebben onderschreven (en er waren er velen in de Kerk die ze verkozen) dan zou de Kerk hebben omhelsd wat nu door de moderne wetenschap wordt weerlegd.
Ik heb jaren geleden een tekst op Het Forum neergezet die ik niet zelf heb geschreven. Ja, de tekst is afkomstig van catholic.com en niet van een onafhankelijke derde, maar in tegenstelling tot de schijn die dezer dagen gewerkt wordt van de leugenachtige houding van de kerk, word er ook vaak historisch juiste informatie gegeven. Ik plaats de tekst nu hier, want hier is het beter terugvindbaar dan op een forum.
Afkomstig van http://www.catholic.com/library/Galileo_Controversy.asp
(oh ja, de toon van 'wij worden in de hoek gedrukt door mensen die ons haten, zogenoemde anti-katholieken' zit er wel in. Lees er overheen svp. Vertrouw me dat de tekst goed is)
---------------------------
Algemeen wordt aangenomen dat de Katholieke Kerk Galileo vervolgde vanwege zijn verlaten van de geocentrische (aarde als middelpunt) kijk op het zonnestelsel ten gunste van het heliocentrisch (zon als middelpunt) model.
De Galileo zaak wordt, door vele anti-Katholieken, geacht te bewijzen dat de Kerk de wetenschap verafschuwt, weigert om verouderde leeruitspraken te verwerpen en niet onfeilbaar is. Dit traktaat biedt een korte uiteenzetting over wat er werkelijk gebeurde met Galileo.
Antiwetenschappelijk?
De Kerk is niet antiwetenschappelijk. Zij heeft wetenschappelijk onderzoek eeuwenlang ondersteund. In Galileo’s tijd beschikten de Jezuïeten over een hoog gerespecteerde groep astronomen en wetenschappers in Rome. Bovendien ontvingen veel aanzienlijke wetenschappers aanmoediging en ondersteuning van de Kerk en van individuele kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Veel van de wetenschappelijke vooruitgang gedurende deze periode werd ofwel bewerkstelligd door de clerus of was het gevolg van kerkelijke ondersteuning.
Nicolaus Copernicus droeg zijn meest beroemde werk, “The Revolution Of The Celestial Spheres”, waarin hij een uitstekende beschrijving gaf van de heliocentriciteit, op aan paus Paulus III. Copernicus vertrouwde dit werk toe aan Andreas Osiander, een Lutheraanse dominee die wist, dat de protestantse reactie negatief zou zijn, aangezien Maarten Luther de nieuwe theorie veroordeeld had, en, als resultaat, het boek veroordeeld zou worden. Osiander schreef een voorwoord in het boek, waarin heliocentrisme (zon als middelpunt) slechts gepresenteerd werd als een theorie die de bewegingen van de planeten eenvoudiger zou verklaren dan de geocentrisme theorie (aarde als middelpunt) deed – wat overigens niet Copernicus intentie was.
Tien jaar eerder dan Galileo, publiceerde Johannes Kepler een heliocentrisch werk dat voortborduurde op Copernicus’ werk. Het resultaat was, dat Kepler ook oppositie ondervond onder zijn collega-protestanten vanwege zijn heliocentrische kijk en een welkome ontvangst kreeg onder sommige Jezuïeten die bekend waren vanwege hun wetenschappelijke prestaties.
Hangend aan traditie?
Anti-katholieken halen vaak de Galileo-zaak aan als een voorbeeld van de weigering van de Kerk om gedateerde of incorrecte leerstellingen te verlaten en de hang aan een “traditie”. Ze realiseren zich niet, dat de rechters die de Galileo-zaak behandelden niet de enige mensen waren die een geocentrische kijk op het universum hadden. Het was ook de gevestigde visie onder wetenschappers in die tijd.
Eeuwen eerder had Aristoteles het heliocentrisme weerlegd en in Galileo’s tijd onderschreef bijna elke wetenschapper deze geocentrische kijk. Copernicus zag gedurende enige tijd af van het publiceren van zijn heliocentrische kijk, niet uit angst voor censuur van de kerk, maar uit angst om belachelijk te worden gemaakt door zijn collega’s.
Ten onrechte geloven veel mensen dat Galileo heliocentriciteit bewees. Hij kon echter geen antwoord geven op het sterkste tegenargument dat bijna tweeduizend jaar eerder kwam van Aristoteles: Als heliocentrisme waar zou zijn, dan zouden er waarneembare parallelle veranderingen in de positie van de sterren moeten zijn, aangezien de aarde bewoog in haar baan om de zon.
Echter, gegeven de stand van de technologie in Galileo’s tijd, kon geen van zulke veranderingen in deze posities worden waargenomen. Het zou meer gevoelige meetinstrumenten vereisen dan voorhanden waren in Galileo’s tijd om het bestaan van deze veranderingen aan te tonen vanwege de grote afstand van de sterren. Tot dan suggereerde het beschikbare bewijsmateriaal dat de sterren waren gefixeerd op hun posities in relatie tot de aarde en, daarom, dat de aarde en de sterren niet bewogen in de ruimte, maar dat alleen de ster, maan en planeten dat deden.
Aldus slaagde Galileo er niet in de theorie te bewijzen vanwege de Aristoteliaanse stand van de wetenschap in zijn tijd.
In zijn “brief aan de Groothertogin Christina” en ook in andere documenten, beweerde Galileo dat de theorie van Copernicus behoefte had aan een “verstandelijke bewijsvoering” volgens de Aristoteliaanse wetenschap, maar de meesten wisten dat zulke bewijsvoering niet vlug op handen was. De meeste astronomen waren in die tijd niet overtuigd van de grote afstand van de sterren die de Copernicaanse theorie vereiste om de afwezigheid van waarneembare parallelle bewegingen te verklaren.
Galileo zou heliocentriciteit vrijuit hebben kunnen voorstellen als een theorie of een methode tegenover een meer eenvoudige verklaring voor de beweging van de planeten. Zijn probleem ontstond pas toen hij ophield met het als een wetenschappelijke theorie voor te stellen en het als een waarheid begon te proclameren ofschoon er geen sluitend bewijs daarvan bestond in die tijd. Maar zelfs dan nog, zou Galileo niet in zoveel problemen zijn geraakt, als hij ervoor gekozen had om binnen het “rijk der wetenschap” en buiten het “rijk der theologie” te blijven. Maar, ondanks de waarschuwingen van zijn vrienden, stond hij er op om het debat naar theologische gronden te verplaatsen.
In 1614 voelde Galileo zich genoodzaakt om te antwoorden op de beschuldiging, dat deze “nieuwe wetenschap” in strijd was met bepaalde passages uit de Schrift. Zijn tegenstanders wezen op Bijbelpassages met uitspraken als “En de zon stond stil en de maan bleef staan,
terwijl het volk zijn vijand afstrafte”(Jozua 10:13). Dit is geen geïsoleerde gebeurtenis. De Psalmen 93 en 104 en Prediker 1:5 spreken eveneens over bewegende hemellichamen en aardse stabiliteit. Een letterlijke lezing van deze passages zou verlaten moeten worden als de heliocentrische visie aanvaard zou worden. Toch zou dit geen probleem hoeven te veroorzaken. Zoals Augustinus het duidde: “Men zou niét in het Evangelie moeten lezen dat de Heer zei: “Ik zal jullie een bemiddelaar sturen die jullie zal onderwijzen in de loop van de zon en de maan”. Want Zijn wil was om Christenen van hen te maken en niet wiskundigen. Augustinus’ voorbeeld volgend werd Galileo aangespoord tot voorzichtigheid om deze Bijbelse verklaringen niet te letterlijk te nemen.
Ongelukkigerwijs zijn er door de kerkgeschiedenis heen degenen geweest die er op stonden de Bijbel meer letterlijk ten nemen dan de intentie is. Zij slagen er niet in voorbeelden te waarderen, waarin de Schrift gebruik maakt van wat “fenomenologische” taal wordt genoemd, wat wil zeggen de taal van de uiterlijke verschijnselen. Net zoals we vandaag spreken over de opkomende en ondergaande zon om dag en nacht aan te duiden, eerder dan het draaien van de aarde, deed men dat ook in de Oudheid. Vanuit een aardgebonden perspectief, lijkt het alsof de zon opkomt en lijkt het alsof ze ondergaat en de aarde lijkt onbeweeglijk te zijn. Als we deze dingen beschrijven volgens hun verschijningsvormen, dan gebruiken we een fenomenologische taal.
De fenomenologische taal betreffende het bewegen van de hemellichamen en het niet-bewegen van de aarde is vanzelfsprekend voor ons vandaag de dag, maar dat was minder het geval in voorgaande eeuwen. Schriftgeleerden uit het verleden waren bereid om te overwegen of bepaalde verklaringen letterlijk of fenomenologisch beschouwd moesten worden, maar ze hielden er niet van als een niet-Schriftgeleerde, zoals Galileo, hun vertelde, dat de woorden uit de heilige Schrift op een bepaalde manier moesten worden verstaan.
Gedurende deze periode was persoonlijke interpretatie van de Schrift een gevoelig onderwerp. In het begin van de 17e eeuw had de Kerk juist de reformatie achter de rug en een van de belangrijkste twisten met de protestanten ging over de individuele interpretatie van de Bijbel.
Theologen waren er niet op voorbereid zich te onderhouden over de heliocentrische theorie gebaseerd op de interpretatie van een leek. Toch stond Galileo er op om het debat te verplaatsen naar het theologische discours. Er bestaat weinig twijfel over dat, indien Galileo de discussie had gehouden binnen de geaccepteerde grenzen van de astronomie (i.e. voorspellen van planetaire bewegingen) en geen fysieke waarheid voor de heliocentrische theorie had geclaimed, de zaak niet geëscaleerd zou zijn. Tenslotte had hij de nieuwe theorie niet boven een redelijke twijfel bewezen.
Galileo “confronteert” Rome.
Galileo kwam naar Rome voor een ontmoeting met paus Paulus V (1605-1621). De paus, moe van geschillen, droeg de zaak over aan het Heilig Office dat besloot tot een veroordeling van Galileo’s theorie in 1616. Er keerde een relatieve rust weer voor een bepaalde tijd, totdat Galileo een andere confrontatie forceerde.
Op Galileo’s verzoek, vaardigde kardinaal Robert Bellamine, een Jezuïet en een van de belangrijkste katholieke theologen van die tijd, een certificaat uit waarin, ofschoon het Galileo verbood de heliocentrische visie te verdedigen, het hem niet verbood om het te betwijfelen.
Toen Galileo de nieuwe paus, Urbanus VIII, ontmoette in 1623, ontving hij toestemming van zijn vriend van weleer om een werk te schrijven over heliocentrisme, maar de nieuwe paus waarschuwde hem om zijn visie niet te verdedigen, maar alleen argumenten te presenteren die voor- en tegen pleiten. Toen Galileo de “Dialogue on the Two World Systems” schreef, gebruikte hij een argument dat de paus had aangeboden en liet dit uit de mond komen van het personage “Simplicio” in zijn boek. Galileo stak, misschien onbewust, de draak met de paus wat alleen maar desastreuze gevolgen kon hebben. Urbanus voelde zich bespot en kon niet geloven hoe zijn vriend hem publiekelijk te schande maakte. Galileo had de draak gestoken met juíst de persoon die hij nodig had als weldoener. Ook vervreemdde hij zich van zijn langdurige ondersteuners, de Jezuïeten, met aanvallen op een van hun astronomen. Het resultaat was het eerloze proces, dat nog steeds geldt als de definitieve scheiding tussen wetenschap en religie.
Gemarteld vanwege zijn geloof?
Uiteindelijk heeft Galileo zijn heliocentrische leer herroepen, maar het was niet, zoals gewoonlijk wordt gesuggereerd, onder dwang of na een hardvochtige gevangenschap. Galileo werd juist opvallend goed behandeld. Zoals geschiedkundige Giorgio de Santilliana, die niet bijzonder innig was met de Katholieke Kerk, opmerkte: “We moeten tenminste bewondering hebben voor de omzichtigheid en angstvalligheid van de Roomsche autoriteiten”. Galileo werd elke mogelijke vorm van gerief aangeboden om de gevangenschap in zijn eigen huis draagbaar te maken.
Galileo’s vriend Nicoline, Toscaans ambassadeur van het Vaticaan, stuurde regelmatig rapporten naar de rechtbank betreffende kwesties in Rome. Veel van deze correspondentie betroffen de voortslepende controverse rondom Galileo.
Nicolini openbaarde de omstandigheden over Galileo’s “hechtenis” toen hij aan de Toscaanse koning rapporteerde: “Hij heeft een bediende en elk gerief”(brief van 16 april); en: “Met betrekking tot de persoon van Galileo: Hij zal enige tijd in hechtenis moeten zijn omdat hij ongehoorzaam was aan de orders van 1616, maar de paus zegt dat na de publicatie van het vonnis hij met mij zal overleggen over wat gedaan kan worden om hem zo weinig mogelijk te kwellen” (brief, 18 juni).
Indien Galileo gemarteld was dan zou Nicolini dat gerapporteerd hebben aan zijn koning. Hoewel er martelwerktuigen aanwezig kunnen zijn geweest tijdens Galileo’s herroeping (dit was gebruikelijk in het rechtssysteem in Europa op dat moment), ze zijn beslist niet gebruikt.
De verslagen tonen aan dat Galileo niet gemarteld kon zijn vanwege de voorschriften die vastlagen in “The directory for Inquisitors” (Nicholas Eymeric, 1595). Dit was de officiële handleiding van het Heilig Office, het kerkorgaan dat was belast met deze zaken, en dat volgens de letter werd nageleefd.
Zoals de erkende wetenschapper en filosoof Alfred North Whitehead opmerkte, in een eeuw die een groot aantal “heksen” kende die werden onderworpen aan marteling en executie door protestanten in New England, was “het ergste dat gebeurde met de wetenschappers, dat Galileo een eervolle gevangenschap en een milde berisping onderging”. En dan nog, de Katholieke Kerk erkent vandaag de dag dat Galileo’s veroordeling fout was. Het Vaticaan heeft zelfs twee postzegels van Galileo uitgegeven als een spijtbetuiging voor zijn onterechte behandeling.
Onfeilbaarheid
Ofschoon drie van de tien kardinalen die Galileo veroordeelden, weigerden om het vonnis te ondertekenen, werden zijn werken uiteindelijk veroordeeld. Anti-Katholieken voeren vaak aan, dat zijn veroordeling en latere rehabilitatie de doctrine van de pauselijke onfeilbaarheid weerleggen, maar dit is niet het geval, want de paus heeft nooit een onfeilbaarheidsuitspraak gedaan aangaande Galileo’s standpunten.
De Kerk heeft in gewone rechtszaken, zoals betreffende Galileo, nooit de onfeilbaarheidsleer toegepast. Kerkelijke rechtszaken hebben slechts disciplinaire en juridische autoriteit; noch deze, noch hun besluiten zijn onfeilbaar.
Geen oecumenisch concilie kwam bijeen betreffende Galileo en de paus was niet direct betrokken bij de discussies die werden afgehandeld door het Heilig Office. Toen het Heilig Office haar werkzaamheden beëindigde, ondertekende Urbanus VIII het vonnis, maar deed geen poging om onfeilbaarheid te bewerkstelligen.
Aan drie vereisten moet door de paus worden voldaan om het charisma van zijn onfeilbaarheid te kunnen toepassen: 1. Hij moet spreken in zijn hoedanigheid als de opvolger van Petrus; 2. Hij moet spreken in een zaak van geloof of moraal; én 3: hij moet plechtig verklaren dat het dogma alle gelovigen aangaat.
In Galileo’s zaak waren de tweede en derde conditie niet aan de orde en mogelijk zelfs de eerste niet. De Katholieke theologie heeft nooit aangenomen dat louter een pauselijke ratificatie van een rechterlijk vonnis een uitoefening van zijn onfeilbaarheid is. Het is een nietszeggend argument om de Katholieke Kerk voor te stellen als zou ze onfeilbaarheid hebben toegepast op een wetenschappelijke theorie die later onjuist bleek. De sterkste aanspraak die kan worden gemaakt is, dat de Kerk van Galileo’s dagen een niet-onfeilbare disciplinaire maatregel nam aangaande een wetenschapper die een nieuwe en nog onbewezen theorie verdedigde en van de Kerk eiste dat ze haar verstaan van de Schrift veranderde om aan te sluiten bij de zijne.
Het is een goede zaak dat de Kerk zich niet spoedde om Galileo’s standpunten te omhelzen, omdat uiteindelijk bleek dat zijn ideeën evenmin volledig correct waren. Galileo geloofde dat de zon niet alleen het gefixeerde centrum van het zonnestelsel was maar tevens het gefixeerde centrum van het heelal. We weten nu dat de zon niet het centrum van het heelal is en dat ze wél beweegt: ze beweegt om het centrum van het heelal in plaats van om de aarde.
Zoals meer recente wetenschap aantoont, hadden zowel Galileo én zijn tegenstanders gedeeltelijk gelijk en zaten ze gedeeltelijk fout. Galileo had gelijk in zijn aanname dat de aarde beweegt en hij zat fout in zijn aanname dat de zon onbeweeglijk is. Zijn tegenstanders hadden gelijk in de aanname dat de zon beweegt en zaten fout in de aanname dat de aarde onbeweeglijk is.
Zou de Katholieke Kerk met spoed Galileo’s standpunten hebben onderschreven (en er waren er velen in de Kerk die ze verkozen) dan zou de Kerk hebben omhelsd wat nu door de moderne wetenschap wordt weerlegd.
14 april 2010
Jezus de copyrightschender
"While there are indeed astounding similarities between the teachings of Jesus and those of Buddha (not to mention Lao-tzu, Confucius and the Hindu religion, all which seem to have included some version of the Golden Rule), it's more likely that these stem from what I believe to be logical and moral conclusions that any person in search of what is richt would come to, e.g.: that the preferable way to treat one another is with love and kindness; that pursuit of material gain is ultimately empty when measured against eternity; and that somehow, as human beings, we are alle connected spiritually."
- Christopher Moore in zijn verantwoording van Lamb
Je ziet vaak bij De Slegte van die boeken liggen die de overeenkomsten tussen de leer van Jezus en de leer van de Boeddha spellen. Het wordt niet al te hard geroepen, maar Rabbi Hillel, het zou qua leeftijd een opa kunnen zijn geweest van Jezus, verkondigde al dat je de naaste moet behandelen zoals jijzelf behandeld wilt worden. Jezus recyclede veel. Misschien heeft hij overgenomen wat hem als het juiste in de oren klonk. Misschien heeft de Heilige Geest hem ingefluisterd wat eerder bij anderen ingefluisterd is. Misschien is hij zelf op heldere wijze tot conclusies gekomen waarvan hij niet wist dat anderen zo ook al hadden gemaakt.
Het citaat van Christopher Moore betekent ook nog iets anders. Die Golden Rule, die hij omschrijft, die is op verschillende plaatsen opgekomen, zonder dat er bewijs is voor één enkele bron voor allen. Karen Armstrong heeft daar een ontzettend mooi boek over geschreven. De aanleiding voor de Gouden Regel is vermoedelijk een tijd geweest van veel dood en verderf aan de ene kant en een enorme welvaartsvlucht aan de andere kant. Die welvaartsvlucht zorgde voor de gelegenheid om, goed gevoed en aangekleed en met tijd omhanden, eens gedegen over de zin van het leven na te denken. De dood en verderf zorgde voor voeding voor de analyse. Het heeft toendertijd tot religieus-morele kaders geleid: wat God betreft is het gedrag van de Gouden Regel het ideale gedrag voor een harmonieuze samenleving. Maar in de tegenwoordige, areligieuze, westerse wereld is die Gouden Regel niet losgelaten. Juist eerder heruitgevonden op areligieuze basis. En dat is logisch: het gedrag van de Gouden Regel is waar, maar ongelovigen tonen aan dat een goddelijke ordonnantie daar niets mee te maken heeft. Het werkt in de praktijk nu eenmaal lekker en dat is de enige oorzaak dat de Gouden Regel goud is.
Misschien speelt er nog een beetje ontzag voor religies in mee. Dat de Gouden Regel op goddelijk voorschrift nog steeds wordt gehuldigd omdat zoveel diepgelovige mensen hun lichaam en hun verdere bezittingen hebben versleten voor de godsdienst. Ik weet dat niet zeker. Vittorio Messori schreef in zijn artikel dat er meer verontwaardigd gereageerd wordt op misbruik door kerkelijken dan op misbruik door scoutingleiders, omdat nog steeds (en misschien onbewust) er van kerkelijken wordt verwacht dat ze moreel sterker zijn. Beter. Ik weet dat niet. Ik weet wel dat ik in mijn vroomste jaren makkelijker op mijn woord werd geloofd en dat er veel mensen op de bres sprongen voor me, ook als ik dat niet vroeg. Er werd ook een beeld op mij geprojecteerd als een soort gedegenereerde Maria waar ik niet blij mee was. Ik heb me van tijd tot tijd geroepen gevoeld uit te leggen dat ik niet verlicht of een heilig boontje ben. Maar dat werd soms aangezien voor valse bescheidenheid. Het is eerder een stelling dan een terechte conclusie, maar ik denk wel dat kerkelijken nog steeds op een klein voetstukje staan.
Belangrijker vind ik het om aan te stippen dat de Gouden Regel zo areligieus als maar mogelijk nog steeds functioneert omdat er areligieus ook een hoge moraal wordt uitgedragen. Ik las gisteravond op Geen Stijl dat Ab Klink zou hebben beweerd dat ongelovigen meer tot geweld geneigd zijn dan gelovigen. Niet dat ik daar serieus op ga reageren. Mij lijkt dus dat als zowel in précolumbiaans Amerika, als in Afrika, als in préchristelijk Europa, als in het Midden-Oosten, als in die door Moore al genoemde Aziatische religies de Gouden Regel opkwam én als in al die genoemde religies ook al van oudsher sterk op elkaar gelijkende rituelen (van reiniging, van verbranding, van offerrandes, van onreinheid, van initiatie en volwassenheid en baringsrituelen), er eerder een psychologische achtergrond voor is dan een fluisterende Heilige Geest.
De menselijke behoefte aan rituelen, aan een moreel kader dat opvallend eensluidend is over de hele wereld en de menselijke behoefte aan verering van iconen zijn gedeelde karaktertrekken en niet veroorzaakt door Hogerhand. Zeker niet als Hogerhand volgens al die diehard gelovigen een poel is van afgoden en de Enige Ware, maar niet die die mijn buurman denkt dat de enige is. En als gelovigen die genoemde menselijke behoeften hebben, dan hebben de ongelovigen ze ook.
Conclusie: het morele kader van de gelovige is hetzelfde als dat van de ongelovige en God heeft er geen kloot mee van doen gehad. We hebben het zelf bedacht.
p.s. ga nou niet muggeziften dat het morele kader over abortus toch wel afwijkt. De Gouden Regel is veel fundamenteler dan foetusafzuiging.
- Christopher Moore in zijn verantwoording van Lamb
Je ziet vaak bij De Slegte van die boeken liggen die de overeenkomsten tussen de leer van Jezus en de leer van de Boeddha spellen. Het wordt niet al te hard geroepen, maar Rabbi Hillel, het zou qua leeftijd een opa kunnen zijn geweest van Jezus, verkondigde al dat je de naaste moet behandelen zoals jijzelf behandeld wilt worden. Jezus recyclede veel. Misschien heeft hij overgenomen wat hem als het juiste in de oren klonk. Misschien heeft de Heilige Geest hem ingefluisterd wat eerder bij anderen ingefluisterd is. Misschien is hij zelf op heldere wijze tot conclusies gekomen waarvan hij niet wist dat anderen zo ook al hadden gemaakt.
Het citaat van Christopher Moore betekent ook nog iets anders. Die Golden Rule, die hij omschrijft, die is op verschillende plaatsen opgekomen, zonder dat er bewijs is voor één enkele bron voor allen. Karen Armstrong heeft daar een ontzettend mooi boek over geschreven. De aanleiding voor de Gouden Regel is vermoedelijk een tijd geweest van veel dood en verderf aan de ene kant en een enorme welvaartsvlucht aan de andere kant. Die welvaartsvlucht zorgde voor de gelegenheid om, goed gevoed en aangekleed en met tijd omhanden, eens gedegen over de zin van het leven na te denken. De dood en verderf zorgde voor voeding voor de analyse. Het heeft toendertijd tot religieus-morele kaders geleid: wat God betreft is het gedrag van de Gouden Regel het ideale gedrag voor een harmonieuze samenleving. Maar in de tegenwoordige, areligieuze, westerse wereld is die Gouden Regel niet losgelaten. Juist eerder heruitgevonden op areligieuze basis. En dat is logisch: het gedrag van de Gouden Regel is waar, maar ongelovigen tonen aan dat een goddelijke ordonnantie daar niets mee te maken heeft. Het werkt in de praktijk nu eenmaal lekker en dat is de enige oorzaak dat de Gouden Regel goud is.
Misschien speelt er nog een beetje ontzag voor religies in mee. Dat de Gouden Regel op goddelijk voorschrift nog steeds wordt gehuldigd omdat zoveel diepgelovige mensen hun lichaam en hun verdere bezittingen hebben versleten voor de godsdienst. Ik weet dat niet zeker. Vittorio Messori schreef in zijn artikel dat er meer verontwaardigd gereageerd wordt op misbruik door kerkelijken dan op misbruik door scoutingleiders, omdat nog steeds (en misschien onbewust) er van kerkelijken wordt verwacht dat ze moreel sterker zijn. Beter. Ik weet dat niet. Ik weet wel dat ik in mijn vroomste jaren makkelijker op mijn woord werd geloofd en dat er veel mensen op de bres sprongen voor me, ook als ik dat niet vroeg. Er werd ook een beeld op mij geprojecteerd als een soort gedegenereerde Maria waar ik niet blij mee was. Ik heb me van tijd tot tijd geroepen gevoeld uit te leggen dat ik niet verlicht of een heilig boontje ben. Maar dat werd soms aangezien voor valse bescheidenheid. Het is eerder een stelling dan een terechte conclusie, maar ik denk wel dat kerkelijken nog steeds op een klein voetstukje staan.
Belangrijker vind ik het om aan te stippen dat de Gouden Regel zo areligieus als maar mogelijk nog steeds functioneert omdat er areligieus ook een hoge moraal wordt uitgedragen. Ik las gisteravond op Geen Stijl dat Ab Klink zou hebben beweerd dat ongelovigen meer tot geweld geneigd zijn dan gelovigen. Niet dat ik daar serieus op ga reageren. Mij lijkt dus dat als zowel in précolumbiaans Amerika, als in Afrika, als in préchristelijk Europa, als in het Midden-Oosten, als in die door Moore al genoemde Aziatische religies de Gouden Regel opkwam én als in al die genoemde religies ook al van oudsher sterk op elkaar gelijkende rituelen (van reiniging, van verbranding, van offerrandes, van onreinheid, van initiatie en volwassenheid en baringsrituelen), er eerder een psychologische achtergrond voor is dan een fluisterende Heilige Geest.
De menselijke behoefte aan rituelen, aan een moreel kader dat opvallend eensluidend is over de hele wereld en de menselijke behoefte aan verering van iconen zijn gedeelde karaktertrekken en niet veroorzaakt door Hogerhand. Zeker niet als Hogerhand volgens al die diehard gelovigen een poel is van afgoden en de Enige Ware, maar niet die die mijn buurman denkt dat de enige is. En als gelovigen die genoemde menselijke behoeften hebben, dan hebben de ongelovigen ze ook.
Conclusie: het morele kader van de gelovige is hetzelfde als dat van de ongelovige en God heeft er geen kloot mee van doen gehad. We hebben het zelf bedacht.
p.s. ga nou niet muggeziften dat het morele kader over abortus toch wel afwijkt. De Gouden Regel is veel fundamenteler dan foetusafzuiging.
16 maart 2010
Wicca
Het boek Heks van Susan Smit is een aanrader. Het is geen hoogdravend boek. Het is zelfs een beetje 'Libelle' qua stijl, maar Susan is een aimabel mens en de godsdienst die ze onderzoekt komt naar voren als een postmodern, bijna feministisch manifest.
Dat is Wicca, zoals hekserij in een mooier woord is gevat, in breder perspectief niet, maar Susans boek is de beste introductie tot Wicca die ik iemand kan adviseren. Ik heb er lang aan zitten twijfelen of ik hier nu een korte uitleg zou geven over wat Wicca volgens mij is. De tekst ligt er zelfs voor klaar. Maar volgens mij is het niet Tao, want ik heb aan de tekst geschaafd tot en met en nog ben ik er niet tevreden over. Eigenlijk het enige punt dat ik vooral graag hier wil hebben staan en het enige punt dat wat mij betreft tegen Wicca spreekt, is de pretentie dat het af zou stammen van de eeuwenoude Germaanse en Keltische riten. Dat is gelogen. Wicca is in het midden van de twintigste eeuw ontwikkeld op een basis van het in de negentiende eeuw zo populaire spiritisme. Zelf is Wicca niet echt spirtistisch, maar het leent zich goed voor een combinatie ermee. Volgens één van de voormannen van Wicca heeft hij het geleerd van een vrouw die de traditie, tegen alle christelijke verdrukking in, heeft doorgegeven gekregen van alle eerdere generatie tot aan de druïden in de vroege middeleeuwen aan toe. Meerdere geleerden (en het lijkt me geweldig om van die studie je leven te kunnen maken) hebben verklaard dat ze geen enkel bewijs hebben gevonden dat de oude Germaanse en Keltische riten doorgegeven zijn sinds de kerstening van Europa.
Veel Wiccans noemen hun godsdienst desondanks 'de oude religie' en dat doet voor mij afbreuk aan hun verhaal. In geschiedvervalsing geloven komt in alle religies voor, maar wat mij betreft is dat één van de eerste aspecten van religie waar je maar beter zo veel mogelijk kennis van op kunt doen. Wie zijn kerkgeschiedenis niet kent, is vatbaar voor nonsens als antisemitisme (de joden hebben Jezus vermoord), vrouwenhaat (Eva heeft Adam verraden), racisme (Sem is vervloekt door Jahweh en dus zijn alle negers dat) en superioriteitswaan (dat het panarabische rijk zo'n expansie vertoonde na het jaar 700 is bewijs dat de islam het enige ware geloof is). Nog een mooi voorbeeld daarvan: de Dalai Lama, die ik gisteren op tv zag beweren dat de oorspronkelijke religie van Europa de judeo-christelijke traditie is en dat Europanen het beste deze traditie aan kunnen hangen. Dat is geschiedvervalsing. Over wat voor ongelooflijke lul de Dalai Lama wat mij betreft is, schrijf ik van harte binnenkort nog eens.
Het lijkt onderhevig te zijn aan een trend die ik veronderstel, dat ook het grootste Wicca-forum in Nederlandstalig gebied een stuk minder actief is geworden. Een aantal jaar geleden kwam ik er geregeld en las van aanhangers over religieuze stromingen als Asatru of het gebruiken van de energie van de seizoenswisselingen. In de christelijke traditie wordt daar gemakkelijk geringschattend over gedaan, maar het was een verrijking om wegwijs te worden gemaakt door mensen voor wie dit heilige materie is. Het Wicca forum had ook opvallend minder vetes te beslechten dan fora als het katholieke Rorate of het evangelische Credible. Ik heb sympathie voor wiccans, ook al hang ik hun denkbeelden niet aan.
Wicca wordt gerangschikt onder de 'Nieuwe Spiritualiteit' of ook wel New Age of ook wel 'ietsisme'. New age is dermate gecorrumpeerd sinds de jaren zestig dat het niet complimenteus is om daarmee in verband gebracht te worden. Ook ietsisme is zo'n term. Enerzijds omdat het van zichzelf al lullig klinkt. We maken ons er met een jantje-van-leiden vanaf door 'Het' maar 'Iets' te noemen en verder praten we er niet meer over. Ook niet-gelovigen (de meest fascinerende mensen die er zijn) veroordelen juist ietsisten nog eerder dan dat ze dat doen bij gelovigen binnen één van de grotere tradities. Een ietsist heeft dankzij het samenraapsel van alle 'nieuwe spiritualiteit' geen eigen hokje. En dat gebrek aan een hokje wordt de ietsist zelf kwalijk genomen. Hij zou gewoon eens het lef moeten hebben om te kiezen.
Het voordeel van de 'nieuwe spiritualiteit' (ja, eigenlijk ook een yuck-woord) is dat er geen geijkte geloofsregels zijn. De één maakt zowel homeopathie als magnetisme onderdeel van zijn religie. De ander gelooft in de verklaringen van een medium, maar niet dat de natuur een ziel heeft. Aan een bepaalde maatstaf moeten voldoen is er dan ook niet bij.
Bij mijn eigen generatie begint de opkomst van afkeer van ietsisme juist weer. De vorige generaties ontkerkelijkten en hadden een onderhandelingshuishouden waarin de mening van de kinderen telde en waarden ter discussie stonden. Binnen mijn generatie komt het vaker voor dat daar juist tegen geageerd wordt. Het schijnt zo te zijn dat mensen van mijn leeftijd juist weer een traditionelere gezinssituatie willen en dat veel mensen van mijn leeftijd al deze keuzemogelijkheden en vrijheden net even te veel van het goede vinden. Het is eng steeds te kunnen kiezen. Evangelische kerken, conservatief christendom en de islam krijgen meer bekeerlingen onder de Nederlandse jeugd. Volgens oudere conservatieven is dat, uiteraard, omdat hun gedachtengoed krachtig, helder en goed is. Volgens mij is het angst. Ik ken een klein deel van deze bekeerlingen en ze schijten spreekwoordelijk zeven kleuren elke dag. De bangste mensen die ik ken, zijn de mensen die zich aangesloten hebben bij bewegingen die precies hebben vastliggen 'hoe het hoort'.
Geef mij maar de wiccans. Hun geloof gaat niet verder dan wat ze zelf kunnen bedenken en erg doordacht is het daardoor vaak niet, maar angst, remming, onderdrukking en afstoting, dat heb ik hen nog niet aan de dag zien leggen.
Dat is Wicca, zoals hekserij in een mooier woord is gevat, in breder perspectief niet, maar Susans boek is de beste introductie tot Wicca die ik iemand kan adviseren. Ik heb er lang aan zitten twijfelen of ik hier nu een korte uitleg zou geven over wat Wicca volgens mij is. De tekst ligt er zelfs voor klaar. Maar volgens mij is het niet Tao, want ik heb aan de tekst geschaafd tot en met en nog ben ik er niet tevreden over. Eigenlijk het enige punt dat ik vooral graag hier wil hebben staan en het enige punt dat wat mij betreft tegen Wicca spreekt, is de pretentie dat het af zou stammen van de eeuwenoude Germaanse en Keltische riten. Dat is gelogen. Wicca is in het midden van de twintigste eeuw ontwikkeld op een basis van het in de negentiende eeuw zo populaire spiritisme. Zelf is Wicca niet echt spirtistisch, maar het leent zich goed voor een combinatie ermee. Volgens één van de voormannen van Wicca heeft hij het geleerd van een vrouw die de traditie, tegen alle christelijke verdrukking in, heeft doorgegeven gekregen van alle eerdere generatie tot aan de druïden in de vroege middeleeuwen aan toe. Meerdere geleerden (en het lijkt me geweldig om van die studie je leven te kunnen maken) hebben verklaard dat ze geen enkel bewijs hebben gevonden dat de oude Germaanse en Keltische riten doorgegeven zijn sinds de kerstening van Europa.
Veel Wiccans noemen hun godsdienst desondanks 'de oude religie' en dat doet voor mij afbreuk aan hun verhaal. In geschiedvervalsing geloven komt in alle religies voor, maar wat mij betreft is dat één van de eerste aspecten van religie waar je maar beter zo veel mogelijk kennis van op kunt doen. Wie zijn kerkgeschiedenis niet kent, is vatbaar voor nonsens als antisemitisme (de joden hebben Jezus vermoord), vrouwenhaat (Eva heeft Adam verraden), racisme (Sem is vervloekt door Jahweh en dus zijn alle negers dat) en superioriteitswaan (dat het panarabische rijk zo'n expansie vertoonde na het jaar 700 is bewijs dat de islam het enige ware geloof is). Nog een mooi voorbeeld daarvan: de Dalai Lama, die ik gisteren op tv zag beweren dat de oorspronkelijke religie van Europa de judeo-christelijke traditie is en dat Europanen het beste deze traditie aan kunnen hangen. Dat is geschiedvervalsing. Over wat voor ongelooflijke lul de Dalai Lama wat mij betreft is, schrijf ik van harte binnenkort nog eens.
Het lijkt onderhevig te zijn aan een trend die ik veronderstel, dat ook het grootste Wicca-forum in Nederlandstalig gebied een stuk minder actief is geworden. Een aantal jaar geleden kwam ik er geregeld en las van aanhangers over religieuze stromingen als Asatru of het gebruiken van de energie van de seizoenswisselingen. In de christelijke traditie wordt daar gemakkelijk geringschattend over gedaan, maar het was een verrijking om wegwijs te worden gemaakt door mensen voor wie dit heilige materie is. Het Wicca forum had ook opvallend minder vetes te beslechten dan fora als het katholieke Rorate of het evangelische Credible. Ik heb sympathie voor wiccans, ook al hang ik hun denkbeelden niet aan.
Wicca wordt gerangschikt onder de 'Nieuwe Spiritualiteit' of ook wel New Age of ook wel 'ietsisme'. New age is dermate gecorrumpeerd sinds de jaren zestig dat het niet complimenteus is om daarmee in verband gebracht te worden. Ook ietsisme is zo'n term. Enerzijds omdat het van zichzelf al lullig klinkt. We maken ons er met een jantje-van-leiden vanaf door 'Het' maar 'Iets' te noemen en verder praten we er niet meer over. Ook niet-gelovigen (de meest fascinerende mensen die er zijn) veroordelen juist ietsisten nog eerder dan dat ze dat doen bij gelovigen binnen één van de grotere tradities. Een ietsist heeft dankzij het samenraapsel van alle 'nieuwe spiritualiteit' geen eigen hokje. En dat gebrek aan een hokje wordt de ietsist zelf kwalijk genomen. Hij zou gewoon eens het lef moeten hebben om te kiezen.
Het voordeel van de 'nieuwe spiritualiteit' (ja, eigenlijk ook een yuck-woord) is dat er geen geijkte geloofsregels zijn. De één maakt zowel homeopathie als magnetisme onderdeel van zijn religie. De ander gelooft in de verklaringen van een medium, maar niet dat de natuur een ziel heeft. Aan een bepaalde maatstaf moeten voldoen is er dan ook niet bij.
Bij mijn eigen generatie begint de opkomst van afkeer van ietsisme juist weer. De vorige generaties ontkerkelijkten en hadden een onderhandelingshuishouden waarin de mening van de kinderen telde en waarden ter discussie stonden. Binnen mijn generatie komt het vaker voor dat daar juist tegen geageerd wordt. Het schijnt zo te zijn dat mensen van mijn leeftijd juist weer een traditionelere gezinssituatie willen en dat veel mensen van mijn leeftijd al deze keuzemogelijkheden en vrijheden net even te veel van het goede vinden. Het is eng steeds te kunnen kiezen. Evangelische kerken, conservatief christendom en de islam krijgen meer bekeerlingen onder de Nederlandse jeugd. Volgens oudere conservatieven is dat, uiteraard, omdat hun gedachtengoed krachtig, helder en goed is. Volgens mij is het angst. Ik ken een klein deel van deze bekeerlingen en ze schijten spreekwoordelijk zeven kleuren elke dag. De bangste mensen die ik ken, zijn de mensen die zich aangesloten hebben bij bewegingen die precies hebben vastliggen 'hoe het hoort'.
Geef mij maar de wiccans. Hun geloof gaat niet verder dan wat ze zelf kunnen bedenken en erg doordacht is het daardoor vaak niet, maar angst, remming, onderdrukking en afstoting, dat heb ik hen nog niet aan de dag zien leggen.
19 augustus 2009
Ontzieling
Het was vreemd dat hier bijna nooit iemand zat. Je was er deel van de wereld en toch afgeschermd. Voorbijgangers zouden door het hek naar binnen moeten gaan, de trap op en dan de deuren open moeten schuiven om op de veranda te komen. De bries maakte het elk uur van de dag aangenaam, de repen linnen, gedrapeerd over de houten draagbalken, braken de zonnestralen tot een mooi diffuus licht. Alsof de hemel naar je reikte. En het sluitstuk waren de struiken die tegen de balustrade op groeiden, zwaar van de trossen roze bloemen.
De zon was te sterk om langdurig buiten te zijn, maar de hele dag binnen zitten, deed je verstompen. De veranda bracht de mooiste oplossing. Niet zonder boek, natuurlijk. Uitzicht laat je gedachten malen. Van uitzicht komen theorieën, vrees en verdriet. Dus ik las The God Delusion en theorieën ontstonden toch wel door de opgeworpen barrière heen. Bevestigd zien dat er geen doel is, geen zin en dat niets en niemand er ook maar enigszins toe doet in de grote lijn, werkt bevrijdend. Bries op je gezicht en weten dat je nergens heen hoeft op dat moment, nergens vandaan komt en nergens gekomen bent. De roze trossen bloemen zagen eruit om mee te nemen en de vuistregel dat je niet aan andermans spullen zit, kwam omhoog. Gevolgd door de net geboren idee dat die roze trossen series en series moleculen zijn. Dat ze dat al waren voordat ze roze waren en lichtjes zwiepten in de bries. Dat ze dat zullen blijven als de trossen verwelkt zijn, naar de grond zijn gedwarreld en daar de volgende rangschikking krijgen.
Kun je genieten van trossen bloemen op een schaduwrijke veranda als je weet wat zowel de bloemen, als de veranda, als jijzelf eigenlijk zijn? Is het geen doodrelativering? Ben je vatbaar voor de poëzie van de schoonheid als je het Hoger Plan hebt afgewezen? Je kunt de rangschikking niet wonderlijk noemen, niet bijzonder. Hij is zoals hij is en kon niet anders worden dan hij is, want de andere opties zijn minder doortastend gebleken dan deze rangschikking.
Kennis is op zo'n moment verre van zaligmakend. Ik weet van de fundamentele nutteloosheid en ik weet van de scheikunde, maar de ontzieling maakt het kil.
Dit is het meest warme wat ik over dat moment kan schrijven. Het was bevrijdend en tegelijkertijd een val tot armoede. De menselijke verbeelding van religie toont zijn meerwaarde in de ambitieloze verwondering. Zou de ambitie bestaan de verwondering te ontmaskeren, dan zou de verwondering zelf sterven.
Wie de zoektocht naar kennis mooi vindt, wil niet blijven stilstaan bij verbazing en ijvert eigenlijk voor de verdwijning ervan. Diegene zal er heimwee naar krijgen en de anderen willen niet met hem meegaan.
Het is emotionele kleffigheid die ons doet besluiten dat kennis van tijd tot tijd te kostbaar is.
De zon was te sterk om langdurig buiten te zijn, maar de hele dag binnen zitten, deed je verstompen. De veranda bracht de mooiste oplossing. Niet zonder boek, natuurlijk. Uitzicht laat je gedachten malen. Van uitzicht komen theorieën, vrees en verdriet. Dus ik las The God Delusion en theorieën ontstonden toch wel door de opgeworpen barrière heen. Bevestigd zien dat er geen doel is, geen zin en dat niets en niemand er ook maar enigszins toe doet in de grote lijn, werkt bevrijdend. Bries op je gezicht en weten dat je nergens heen hoeft op dat moment, nergens vandaan komt en nergens gekomen bent. De roze trossen bloemen zagen eruit om mee te nemen en de vuistregel dat je niet aan andermans spullen zit, kwam omhoog. Gevolgd door de net geboren idee dat die roze trossen series en series moleculen zijn. Dat ze dat al waren voordat ze roze waren en lichtjes zwiepten in de bries. Dat ze dat zullen blijven als de trossen verwelkt zijn, naar de grond zijn gedwarreld en daar de volgende rangschikking krijgen.
Kun je genieten van trossen bloemen op een schaduwrijke veranda als je weet wat zowel de bloemen, als de veranda, als jijzelf eigenlijk zijn? Is het geen doodrelativering? Ben je vatbaar voor de poëzie van de schoonheid als je het Hoger Plan hebt afgewezen? Je kunt de rangschikking niet wonderlijk noemen, niet bijzonder. Hij is zoals hij is en kon niet anders worden dan hij is, want de andere opties zijn minder doortastend gebleken dan deze rangschikking.
Kennis is op zo'n moment verre van zaligmakend. Ik weet van de fundamentele nutteloosheid en ik weet van de scheikunde, maar de ontzieling maakt het kil.
Dit is het meest warme wat ik over dat moment kan schrijven. Het was bevrijdend en tegelijkertijd een val tot armoede. De menselijke verbeelding van religie toont zijn meerwaarde in de ambitieloze verwondering. Zou de ambitie bestaan de verwondering te ontmaskeren, dan zou de verwondering zelf sterven.
Wie de zoektocht naar kennis mooi vindt, wil niet blijven stilstaan bij verbazing en ijvert eigenlijk voor de verdwijning ervan. Diegene zal er heimwee naar krijgen en de anderen willen niet met hem meegaan.
Het is emotionele kleffigheid die ons doet besluiten dat kennis van tijd tot tijd te kostbaar is.
Abonneren op:
Posts (Atom)